SJONGE WAT IS ZE MOOI!

Het jongetje van zes jaar keek vol verwachting naar haar mooie blauwe ogen. Zou hij weer uitgekozen worden, en na mogen blijven en allemaal klusjes voor haar mogen opknappen zoals de inktpotten na vullen? De propjes papier onder de banken opruimen? Het gaf niks, al moest hij elk stofje met de hand op rapen om het door haar laten controleren en het daarna ‘veur heur’ in de grote prullenbak gooien. Ze was mooi en blond, en af en toe bij het voorlezen droeg ze een prachtige mooie gouden bril.
Toen kon hij dat woord nog niet maar nu had hij gezegd: ‘Poeh, wat een stuk!’ Bijna elke dag mocht hij na blijven en haar helpen. De jongens pestten hem er mee en zeiden: ‘Daar heb je het lievelingetje van de juffrouw.’

En toen zij, na het einde van het schooljaar, met de hele klas meeging, kon hij zijn geluk niet op. Zijn juffrouw Singeling, want zo heette de onderwijzeres op de Meester Blomschool in
Maassluis, was een hele lieve vrouw en een heel goede lerares.
De romance duurde precies tot 18 maart 1943, want toen gooide een Engelse bommenwerperpiloot letterlijk roet in het eten van Bassie van Toor. Want de bommen die voor een aantal olieopslagtanks in Maassluis bestemd waren kwamen 300 meter verderop terecht. Boven op zijn huis. Foutje, bedankt!
Zijn moeder vloog met zijn broertje Adriaan van zes maanden door de vlammen het huis uit, wat in tien minuten tot op de grond af branden omdat de Tommie’s een nieuw soort brandbom gebruikt hadden die zijn werk perfect deed.

Van de een op de andere dag was Bassie vluchteling en alles kwijt. Maar gelukkig werden ze bij familie in Vlaardingen opgenomen en kregen ze daar, na twee weken een huis.
Dus een andere stad, andere school en geen juffrouw Singeling.
Dat laatste vond Bassie nog het meest nare.

Na een jaar weer terug naar Maassluis en ... in een andere klas. Dus niet bij de door hem aanbeden juffrouw Singeling. Na de oorlog, eind ‘45, weer terug naar Vlaardingen en daar naar school. Nou, het verhaal is bekend: Honderd baantjes, met zijn broer de kermis op, acrobaten duo The Crocksons en daarna Bassie & Adriaan.

Nu wil het toeval dat we een paar jaar geleden in Maassluis een voorstelling hadden met Bassie & Adriaan en er een paar ouwe schoolkameraadjes met hun kleinkinderen op bezoek waren.
Arie Kap inmiddels drie keer Nederlands Judo kampioen. Adri van Dorp, een klinkende naam als sleepboot kapitein. Natuurlijk Dolf Eendeburg, die altijd voor koeken zorgde in de oorlog omdat zijn vader een bakkerij had. En de ‘sterrekijker’, zo genoemd
vanwege zijn toen scheel staande ogen, maar nog met net zo veel humor als vroeger.
We zaten nog even na in de kantine van de Dr. Smith hal terwijl de kleinkinderen in de sporthal lessie tik speelden.
Plotseling zei één van ons dromerig: ‘Wat was het een stuk hé!’ En iedereen zei: ‘Je bedoelt zeker Juffrouw Singeling!!!’
‘Juist, die bedoel ik.’ zei de Sterrekijker met een glans, in zijn nu recht gezette, ogen. ‘En wat kon ze mooi voorlezen, hé.’ zei kaptein van Dorp. Ik mompelde voor mij heen: ‘Wat stond die blonde knot achter op haar hoofd sexy.’ Plotseling zei Arie Kap: ‘Weet je dat ze nog leeft?’ Ik veerde op en zei verrast: ‘Aaaai, je
meent het!?’ ‘Ja man, ze woont in de ….....straat.’

Ik kreeg opeens haast en zei: ‘Jongens, ik moet de kas nog opmaken en morgen heb ik tv. Het was leuk jullie weer gezien te hebben maar ik moet er vandoor.’
Mijn vrouw had inmiddels de souvenirwagen ingepakt en kwam de kantine binnen en zei: ‘Ik wil koffie.’ ‘Nou, oké’ zei ik ‘maar daarna gauw weg. Ik moet nog even een bezoek afleggen.’

Mijn vrouw keek verbaasd toen ik voor een bloemenzaak stopte en even later met vierentwintig grote rode rozen de auto weer in stapte. ‘Zo!!! Zijn die voor mij?’ Ik zij: ‘Nee. Dit keer niet voor jou, maar voor mijn eerste meisje.’ ‘Wat???’ vroeg ze verbaasd. ‘Ik dacht dat ik jou enige echte eerste liefde was?’
Ik zei: ‘Ja. Maar heel lang daarvoor was ik ook al verliefd op een meisje.’
Mijn vrouw zei: ‘Jij wordt met de dag gekker. Mag ik soms ook nog mee naar je eerste liefde?’ Ik zei: ‘Nou en of. Je moet zelfs!’
En ik vertelde haar over juffrouw Singeling en mijn vrouw begon te lachen en zei: ‘Nou gek. Op naar je eerste liefde!’

Ik hield de bos rozen voor mijn gezicht toen ik aanbelde, en toen na een tijdje de deur openging en ik achter de bos rozen zei: ‘Mevrouw, ik kom u de rozen brengen die ik u wilde geven toen ik zestig jaar geleden verliefd op u was, maar er toen het geld niet voor had.’ Een lieve stem begon te lachen en zei: ‘Meneer, wat leuk. Maar wie bent u?’
Ik zei: ‘Mevrouw, ik ben Bassie van Toor.’ Zij zei: ‘Er zat in mijn klas vroeger wel een Bassie van Toor, en die is nou geloof ik heel beroemd op de televisie.’
Beschaamd en stotterend zei ik: ‘Nou, dat ben ik!’ En ik kleurde van oor tot oor.
‘Zo, maar dat is leuk! Kom binnen Bassie. Dat mag ik toch wel zeggen? of moet ik nou meneer van Toor zeggen.’ Ik zei: ‘Nou, dat maak niet uit. Maar vind u het erg als ik mevrouw van Toor er bij haal?’ Want die zit in de auto.
‘Natuurlijk niet, kom allebei binnen.’ En even later zaten mijn vrouw en ik aan de thee in haar kraakheldere woning en we vertelden elkaar ons levensverhaal.

Zij had tot haar 65e jaar les gegeven op school en ik had al het van haar geleerde, niet in de praktijk gebracht, en met vallen en opstaan en stommiteiten een reputatie opgebouwd..
Zij was inmiddels 85 jaar maar had nog die mooie blik in haar ogen, en verdomd, toen ze een oud schoolfotoboek te voorschijn haalde en mij aan wees, zette ze weer zo’n mooie gouden bril op. Ze vertelde, ze was nooit getrouwd geweest en was altijd alleen gebleven.
Toen we na twee uur weg gingen kregen zo wel mijn vrouw als ik een dikke zoen.

In de auto zei mijn vrouw: ‘Die wang, waar ze jou een zoen op gaf, die was je zeker de eerste drie weken niet?’
Ik schrok wakker achter het stuur en zei verstrooid: ‘Goh, ze is nooit getrouwd. Zou ik nou toch zo’n indruk op haar gemaakt hebben?’ Mijn vrouw zei lachend: ‘Clown, nou weet ik waarom ik al 40 jaar met je getrouwd ben. Je bent echt gek.’
Als uit een droom ontwaakt zei ik: ‘Wat bedoel je? Waar heb je het over?’ ‘Ja dag! Laat maar.’ zei ze lachend. ‘Jou dag kan niet meer stuk. Een zoen van de juffrouw!’
Ik zei: ‘Ja, maar geen gewone juffrouw. Ik kreeg een zoen van juffrouw Singeling!’

© Bas van Toor