DE BADKUIP
Soms wordt ons wel eens gevraagd: “Waarom hebben jullie de serie in Bassie & Adriaan eigenlijk zelf geschreven?”
Het antwoord is heel simpel. In de eerste plaats hebben we zelf veel plezier beleefd aan het schrijven en ook lag het in het verlengde van ons varietenummer van ‘The Crocksons’. Nog een voordeel was, dat het zelf schrijven van de teksten ons behoedde voor de zogenaamd ‘leuke ideeen’ die anderen ons soms kwamen aandragen. Zo kwam er eens iemand met dit ‘aardige plannetje’ naar ons toe: “Bassie staat langs de slootkant. Dan komt er een koe aan en die stoot Bassie met haar horens voorover de sloot in…” De grappenmaker zei er nog bij: “Dat wordt lachen!” Waarop ik opmerkte: “Dat denk ik ook wel, maar levert u er misschien ook meteen een koe bij die mij op commando de plomp induwt?”
Tja, op die vraag kon de beste man mij geen antwoord geven. Hij keek mij ietwat glazig aan en droop met de staart tussen de benen af.
Ik weet het nog goed. We hadden ons allereerste verhaal voor Bassie & Adriaan geschreven. Eerlijk is eerlijk, het was best een goed verhaal. Maar dan ben je er nog niet. Je hebt namelijk ook een draaiboek nodig om alles te kunnen verfilmen. In het begin hadden wij nog geen ervaring met het maken van een draaiboek. Dus huurden wij een draaiboek-deskundige. Hij had de vrijheid genomen om er een scène bij te schrijven die als volgt ging: Bassie is in z’n eentje op het strand, ziet daar een badkuip liggen en besluit er heen te lopen om er een tukkie in te gaan doen… Eh, kunt u me nog volgen? Nou, ik kan dat niet, want ofschoon ik heel vaak op het strand van Hoek van Holland geweest ben, heb ik daar nog nooit een badkuip zien liggen.
Nu hoor ik u al zeggen: “Hoho, hoe zat het met die Plaaggeest dan?”
Oke, u scoort een puntje, maar die badkuip had ik daar speciaal neergelegd voor de clown.
Goed, genoemde scène stond nu eenmaal in het draaiboek en dus dan je je best om hem zo goed mogelijk op het celluloid te zetten. Zoals gewoonlijk moesten wij overal zelf voor zorgen. Wij gingen daarom op zoek naar een oude badkuip. We vonden een exemplaar in onze woonplaats Vlaardingen, bij een oud-ijzerboer en we mochten hem voor een tientje meenemen. Omdat het kreng gemaakt was van ouderwets gietijzer, was hij niet te tillen. Bovendien steunde de badkuip op van die ‘leeuwenpootjes’. Wij er mee naar een watertje in de buurt om te gaan ‘proef drijven’. Eenmaal daar aangekomen werd onze badkuip tewater gelaten. Omdat hij zo loodzwaar was, waren er vier sterke mannen voor nodig om de badkuip op te tillen en te verplaatsen. Eenmaal in het water bleek dat de rand van de kuip, door zijn enorme gewicht, nog maar vijf centimeter boven het water uitstak. Ik dacht: “Oei, als ik daar straks met mijn clownbilletjes in ga liggen, zinkt mijn kuipje geheid als een baksteen.” Mijn vermoeden werd bevestigd door een toevallig passerend bootje. Zelfs de geringe golfslag was ruimschoots voldoende om de badkuip naar de kelder te jagen. Waarop een van ons de wet van Archimedes van Syracuse aanhaalde en zei: “Archimedes wist het al: zinkende voorwerpen drijven niet.” We klapten dubbel van het lachen en ik hoorde iemand anders nog juist zeggen: “Daar zijn we dan mooi vanaf; want ik moet er niet aan denken dat we die kuip weer op onze nek moesten zetten om hem daarna naar ons pakhuis te zeulen.”
Voor ons was het allemaal reden genoeg om op zoek te gaan naar een andere, maar nu veel lichtere, badkuip. Toen we die gevonden hadden, bleek ook hier een nadeel aan vast te zitten. Het ding wankelde als een biljartbal. Goede raad was duur. Ik zei: “Weet je wat, we maken er een kiel onder.” Met vereende krachten bevestigden wij er –geloof het of niet- een trottoirband van 200 kilo onder. De truc leek te werken. Aldus geprepareerd dobberde de badkuip twee weken later in het water bij een klein strandje op de Loosdrechtse Plassen. Bassie ging er in liggen om een tukkie te gaan doen… de Plaaggeest kwam stiekem dichterbij, knoopte een touw aan de badkuip vast om daarna met een rotvaart weg te spurten… er achter hing de badkuip met daarin een nietsvermoedende Bassie…
De eigenaar van de kleine speedboot wilde alleen dan zijn medewerking verlenen als hij voor de Plaaggeest mocht spelen. Dat moest dan maar gebeuren. Dus werd hem de cape omgehangen, kreeg hij het bollewangenmasker en werd hem de narrenkap op het hoofd geplaatst. Toen gaf de namaak Plaaggeest vol gas. De bedoeling was om de badkuip, zonder dat Bassie het merkte, vanaf het strand het water in te trekken. Alles ging volgens plan… totdat het touw strak stond. Doordat de badkuip met de zware kiel in het zand muurvast stond, was er geen enkele beweging in te krijgen. De speedboot wilde wel. Die spoot vooruit, maar viel in een keer stil toen bleek dat de badkuip als anker werkte. De bestuurder van de speedboot, onze nep Plaaggeest, werd door de klap als een raket uit zijn stoel gelanceerd, vloog tegen de voorruit die prompt afbrak en de man via het voordek een frisse duik in de plomp maakte. De achterspiegel van de boot was afgebroken en het water stroomde naar binnen. Bassie deed het in de badkuip bijna in z’n broek van het lachen. Adriaan stond bij de speedboot, althans wat daar nog van over was. Hij probeerde het wrak het strandje op te trekken. De namaak Plaaggeest strompelde uit het water, zeeg neer in het rulle zand en keek nogal geamuseerd naar de resten van wat tot voor kort zijn speedboot was. Vanuit mijn badkuipje informeerde ik nogal schaapachtig: “Bent u verzekerd tegen dit soort scheepsrampen?” De man zag de humor van het geheel wel in en zei: “Joh, ik heb een werf vol liggen met die bootjes. Wacht maar. Over een kwartier ben ik terug met een echte speedboot.”
Hij hield zich aan zijn woord, en opnieuw deed Bassie zijn tukkie in de badkuip. De Plaaggeest bond het touw vast en jawel hoor, de badkuip gleed keurig op zijn buik en getrokken door een motorspeedboot van 100 PK het strand af om vervolgens het ruime sop in te glijden. De cameraman bevond zich in een andere speedboot en Adriaan kwam op een surfplank aangezeild om mij nog net op tijd te redden. Ik was nog niet overgestapt op de ‘veilige’ surfplank van Adriaan of daar blup, blup, daar ging onze tweede badkuip ten onder. De nep Plaaggeest had gelukkig de tegenwoordigheid van geest om de motor van zijn boot af te zetten. Daarmee voorkwam hij dat de badkuip met zware trottoirband zijn speedboot naar beneden zou trekken. Snel sneed hij het sleeptouw door. Die kuip, denk ik, zal inmiddels wel als broedplaats voor voorntjes dienen op de bodem van de Loosdrechtse Plassen.
Af en toe kom ik die booteigenaar nog wel ‘ns tegen als ik samen met m’n vrouw in zijn voortreffelijke restaurant een hapje ga eten. Dan moet ik van hem steeds weer aan de aanwezige gasten het verhaal vertellen van de badkuip en de speedboot en elke keer liggen we daarna weer in een deuk.
Ook denk ik nog wel ‘ns aan die scène als ik thuis in bad lig. ‘Stel je voor dat nu die Plaaggeest… nee, dat kan niet! Hij trekt me nooit door de muur heen.’
Hoewel, je kan nooit weten
© Bas van Toor