DE DOOD KWAM KLOKSLAG TWAALF
Oudejaarsavond vier je als artiest meestal in de kleedkamer van een theater, nachtclub of, zoals ik toen ik moest pendelen tussen twee nachtclubs, in Biel en Bern in Zwitserland hoog in de bergen. Ik was verkeerd gereden en zat muurvast tussen een aan weerskanten drie meter hoge sneeuwmuur. We zagen alleen de vuurpijlen die heel hoog gingen want het dal was door de sneeuwmuur onzichtbaar.
Het commentaar op mijn rijkunst van mijn broer en echtgenote met wie ik het acrobatennummer van ‘The Crocksons’ vormde zal ik u maar onthouden. Hoewel ik mij een paar jaar later revancheerde door doodleuk om klokslag 12 uur de auto stil te zetten midden op de brug over de Rijn bij Keulen om aldaar te genieten van het prachtige vuurwerk dat aan beide kanten van de Rijn opspoot. In die tijd was mijn Duits nog niet zo goed, dus ik begreep toen nog niet waarom iedereen mij vanuit de geopende raampjes in het Duits toebrulde: Archsloch!! Dus riep ik maar vriendelijk terug: Du, auch, arschloch! en zwaaide daarbij vriendelijk. Waarbij ik mij wel verbaasd afvroeg waarom ze zo boos keken en tegen hun voorhoofd tikten.
Maar het kan nog altijd veel erger. Zo kreeg ik een dezer dagen een uitnodiging om bij de Staatsloterij trekking op Oudejaars avond aan tafel te komen zitten. Op mijn vraag of ik moest optreden werd er gezegd: “Nee, alleen maar aan tafel zitten in het zicht van de camera.” Nou moet ik toe geven dat ik al 30 jaar op de televisie vorm geef aan mijn domme clowns imago, maar zo achterlijk ben ik nou ook weer niet om mij als behang te laten gebruiken bij de: ‘Niet van Jaarshow’. Dus vier ik oudejaarsavond gezellig, als vanouds, in huiselijke kring en deel aan mijn kleinkinderen het bedrag uit dat ik anders aan die onzin had uit gegeven. Tja, tip van de Clown: zo win je altijd.
Maar om twaalf uur precies weet ik zeker dat ik even terug denk aan hetzelfde moment in 1968 op Palma de Mallorca. En als er toen niet tien mensen heel snel op mijn rug waren gaan timmeren had u dit schrijfsel nooit onder ogen gekregen.We werkten in de jaren 60/70 veel in Spanje en tijdens de jaarwisseling van 68 /69 werkten wij in De Jartan Club in Palma de Mallorca - in die tijd een van de grootse nachtclubs ter wereld. Als The Crocksons hebben wij daar totaal 50 maanden gewerkt.
Nu is het op het eiland Mallorca een goed gebruik dat er op oudejaarsavond een gerecht geserveerd wordt
‘Cajos’ heet de lekkernij. Ook wel genaamd koeienpens. Ik hoor u al zeggen; ‘He, getverderriie!’
Nou, dat is maar betrekkelijk hoor. Want als koeienpens goed schoongemaakt is, dan is het zelfs heel erg lekker. Sinds die avond ben ik er zelfs nu nog gek op, al is het in Holland wel even zoeken naar een restaurant dat pens op de kaart heeft staan.Wat zegt u? U lust niets wat een ander in zijn maag heeft gehad? Ja daar heeft u volkomen gelijk in, neem dan maar lekker een eitje.
Die avond op 31 December 1968 werd de dampende pens geserveerd voor het voltallige personeel, familie van de baas en wij met ongeveer 45 mede artiesten en muzikanten. De zaak was voor het gewone publiek gesloten.En toen iedereen voorzien was van een vol bord vielen we aan. Tenminste, dat was het geval met de eerste hap, want na het uitleggen wat de naam ‘Cajos’ betekende zat ik alleen nog maar met de baas en een aantal ‘Spaanse diehards’ te eten. Ook alle aanwezige dames schoven hun bord weg. Ik vond dat onzin en smulde. Heerlijk. Ook de portie van mijn vrouw ging bij mij naar binnen, alsook de ‘Cajos’ van mijn dochtertje die heel hard riep: “Ik lust geen koeienpens. Want daar heeft koeienpoep in gezeten!”
Met de nodige glazen Champagne erbij en een zeer volle maag naderde het magische tijdstip van de jaarwisseling. Nee, geen High Noon, maar u zit bijna goed, want wij maakten kennis met nog een ander Mallorquins gebruik. We hadden namelijk als dessert een trosje van 12 druiven op een bordje geserveerd gekregen met het verzoek deze nog niet op te eten maar te wachten tot 12 uur. Dan moest je op het geluid van elke klokslag een druif op eten. Nou ja, ‘s Lands wijs ‘s Lands eer, nietwaar? Moppen tappen is, op voetbal na, de grootste hobby van de Spanjaard. Dus we hadden veel lol en feestten vrolijk verder tot dat… BOING!!! de eerste klokslag weergalmde en daarop ging de eerste druif bij mij en alle andere gasten naar binnen. BOING!!! De tweede druif volgde. BOING!!! de derde druif. BOING!!! En zo ging het maar door tot druif nummer negen verorberd werd. Toen ging er iets heel erg niet goed bij mij. Probeer zelf maar eens in twaalf seconden 12 druiven op te eten en door te slikken. Dat lukt eigenlijk niemand, maar je wil je niet laten kennen dus het is slikken of stikken. Nou, dat laatste lukte bij mij aardig want op een gegeven moment bleef er een heel erg zoete druif in mijn keel steken en de andere kon er ook niet door. En toen was de paniek compleet.
Ik keek mijn vrouw aan met bolle glazige ogen en die riep: “Jongens Help!!!!! Bij Bas gaat er iets fout!”
Het volgende moment stonden er wel tien mannen en vrouwen op mijn rug te kloppen alsof ik een keukenmat was. De drummer nam mijn in een worstelgreep, net onder mijn middenrif en kneep heel hard met beide armen om mij heen.
En ik ?? Nou, ik was gewoon op zijn Hollands gezegd de pijp aan het uitgaan. Iedereen werd wazig en de omgeving vertroebelde. Heel toepasselijk kreeg ik het Spaans benauwd. Net zo benauwd als dat het vroeger wel eens gebeurde als ik met mijn vriendjes in het zwembad het spelletje deed wie het langst onder water kon blijven - waarbij ik overigens meestal won. Maar opeens, op het punt dat ik dacht: “van Toor, daar ga je!” vloog de half gekauwde druif vrolijk met een knalletje uit mijn luchtpijp door de lucht en belandde met een boog aan de andere kant van de tafel, in de gleuf van het weelderige openstaande decolleté van de vrouw van de baas, die tegenover mij zat. Nonchalant wipte ze de druif met haar vork tussen haar twee kanjers uit en vroeg droog aan me: “Todo va bien Sebastiaan?” Oftewel: “Alles weer goed Bas?”
Ik knikte, naar lucht happend, ja. Maar kreeg meteen de volle laag van mijn eigen vrouw die zei: “Gek die je bent om je eerst zo vol te vreten met koeienpens en dan in no time die druiven er achter aan naar binnen te werken! Had het wat langzamer gedaan.”
Ik waagde nog hoestend : “Ja maar lieverd, die klokslagen gingen zo snel! Dat is hier nou eenmaal het gebruik.”
“Ach debiel!!! (haar koosnaampje voor mij) Zal het jou toch een zorg zijn of je wel of niet de klok bij houdt. Niemand die zo gek doet, alleen die maffe clown van mij heeft weer zo’n haast.”
En inderdaad want toen ik rond keek had iedereen nog verdacht veel druiven op zijn bordje liggen terwijl ze mij lachend maar toch ook opgelucht aankeken.
Plotseling hoorde ik mijn vrouw zeggen: “Nou? Krijg ik nog een zoen van je in het nieuwe jaar of niet?”
Ik haalde diep adem en gaf haar een smakkert waardoor de omstanders begonnen te klappen en in het Spaans riepen: “Allememachios!!! Ole!!!! Por Sebastianos. Hij gaat weer opnieuw leven!”
Opnieuw leven. Inderdaad dat deed ik ook die avond.
Ja, oudejaarsavond 68/69 in Mallorca toen ik bijna de moorddos stakkos zal ik niet gauw vergeten.
Op nieuwjaars middag 1 januari zei de werkster tegen mij toen ze het toilet schoongemaakt had: “Signor Sebastiaan, het rook zo raar op het toilet, het was net of er een hele kudde koeien van het toilet gebruik gemaakt had.”
Ik gaf haar een fooi en met een knipoog sprak ik het toverwoord : “Cajos, weet u.”
Ze trok een vies gezicht en zei : “Merde !!!” En toen: “Feliz anno nuevo signor Sebastiaan!”
© Bas van Toor