FIJN FEES

Humorist Harry Touw staat op de bühne in een zaal in Naaldwijk. Zoals gebruikelijk heeft hij de hele zaal in vijf minuten compleet ‘plat'. Een kei van een artiest. Alle stand-up comedians van tegenwoordig zijn Harry veel verschuldigd. Bijna allemaal hebben ze wel iets van hem overgenomen en dat onder het motto ‘Beter goed gejat dan slecht verzonnen'. Dankjewel Ome Harry!

Hierna volgt een optreden van een duo accordeonspelers. De vrouwelijke helft ervan werd gevormd door de dochter van Ome Kees Nouens – in de zestiger jaren een heel bekende artiest die zeker tweeduizend feestavonden in de regio Den Haag verzorgde. Het accordeonduo ging gekleed in matrozenpakkies. Wij, ‘The Crocksons' (de voorloper van ons latere zo populaire duo ‘Bassie & Adriaan') werkten eveneens in matrozenkleding. Het geheel wekte de illusie dat een marineschip de haven uitvoer.

Harry Touw heeft ooit het plan geopperd om gouden strepen op de mouwen van zijn smoking te naaien, een witte pet op het hoofd te zetten om tenslotte de finale aan te kondigen met de kreet: ‘Ik val aan, wie volgt mij?'. Deze kreet was een vrije vertaling van admiraal Karel Doorman die aan het begin van de Tweede Wereldoorlog door de Japanners bij Indonesie naar de kelder werd gejaagd. Maar in ons geval werd met ‘aanvallen' bedoeld: een run naar de bar. Want hoewel je vier weken straf kreeg (geen schnabbels als je het waagde je gage te verhogen van 35,= naar 45,= per avond) strooide onze grijsgelokte en zeer dominante Paus Kees rijkelijk met consumptie bonnen, terwijl hij na afloop altijd prompt tot uitbetalen overging.

Goochelaar Crinesto had een leuk nummer. In het dagelijks leven heette hij Chris. Samen met zijn vrouw, Stien, stond ook hij in het programma. Achter de coulissen stond Chris in de startblokken, in een wolk van rook omdat hij zijn act steeds begon met brandende sigaretten die hij overal vandaan toverde. Die sigaretten bevonden zich in een soort automaat, onder zijn kleding verstopt. Harry was echter lekker op dreef en ging maar door en door. Gevolg was dat de sigaretten onder de zwarte Dracula-cape van Chris aardig op stoom kwamen. Na enige werd het zelfs zo erg dat er rook uit zijn gulp, hoge hoed en overhemdkraagje kringelde. Voor ons een bijzonder komisch schouwspel. Intussen was echtgenote Stien druk in de weer om de rook rondom haar man met een programmaboekje weg te wapperen…

Eindelijk stopte Harry Touw met praten. Dat mocht uniek voor deze kanjer genoemd worden. Maar de reden daarvan werd ons spoedig duidelijk. In de zaal klonk wat geschreeuw. Daarna ging het rumoer over in herrie om vervolgens als een vulkaanuitbarsting in oorverdovend tumult verder te rollen. Er werden rake klappen uitgedeeld. Stoelen en onderdelen daarvan maakten een salto mortale. Hier en daar vlogen gebitten als ongeleide projectielen door de lucht. Vrouwen met suikerspinnen op het hoofd en voorzien van veel te zwaar opgemaakte gezichten gilden hartstochtelijk. Sommigen trokken hun schoenen met naaldhak uit om daarmee ten aanval te gaan. Een van de collega artiesten in de coulissen stak voorzichtig zijn hoofd om het hoekje van het gordijn. “Kreg no wat!” krijste hij in de richting van de kleedkamers, “Jongens, kom kekke, we hebbe knokke in de zaal!”

Enkele ogenblikken later stonden alle artiesten op het toneel de zaal in te kijken om met volle teugen te genieten van dit merkwaardige schouwspel. Want hoewel wij naar Naaldwijk gekomen waren om het publiek te vermaken, waren plots de rollen omgedraaid en trakteerde ons hooggewaardeerde publiek ons op een show van ‘Dik hout zaagt men planken'. Prachtig!!! Wat een knokpartij! Echt zo een die je alleen maar in de film ziet en dan nog zonder een spatje kunstbloed. Twee agenten, dreigend met het blanke sabel in de hand nog wel, stonden er bij maar deden niets. Hoogstwaarschijnlijk hadden ze dit al eerder beleefd en genoten ook zij van de voorstelling.

Plotseling stopte de vechtpartij. Hoe dat kwam is mij nooit duidelijk geworden. Evenmin begreep ik er iets van hoe deze knokpartij begonnen was. Wel is het absoluut de enige keer in mijn lange, lange loopbaan geweest dat het publiek de artiesten vermaakte en niet andersom. Nadat de laatste klap gevallen was, werd een lange pauze van 45 minuten ingelast om iedereen de gelegenheid te geven een beetje op adem te komen. Daarna zijn we, alsof er niks gebeurd was, gewoon met het programma doorgegaan.

Dit incident zou in deze tijd de voorpagina's van alle kranten gehaald hebben en ook zouden RTL4 en SBS6 gestuurd hebben om van deze kloppartij een live verslag te maken.

Nog hoor ik de de penningmeester –hij had een blauw oog waar je een puntje aan kon draaien- na afloop zeggen: “M'neer Nou's, 't was een fen fees. Ut is toch goe afgelope,” waarbij hij grinnekend het gapende gat in zijn mond liet zien, waar tot voor kort zijn voortanden hadden gezeten.

© Bas van Toor