'GUTTE NACHT, HERR DIREKTOR'
Begin tachtiger jaren reisde in Nederland een van de mooiste circussen rond. Dat was het circus Bassie & Adriaan. Qua aankleding leek de show meer op een grote revue, inclusief acrobaten, dieren en prachtige kostuums. Vooral ook vanwege een fantastisch orkest, onder leiding van Johny van Eyck, had het nog meer van een musical weg. Dit circus nu, was bijzonder succesvol. Vanaf de allereerste voorstelling zat de tent elke dag stampvol. Vijfentwintighonderd man hooggeëerd publiek per show was heel normaal. Het spijt mij niet te moeten toegeven dat dit succes niet in de laatste plaats te danken was aan het komische duo Bassie & Adriaan. U ziet ik blijf bescheiden.
We waren in een ietwat ongelukkige tijd met ons circus van start gegaan. Het was namelijk een enorm moeilijke opgave om aan personeel te komen voor de op- en afbouw van de grote tent en z’n installatie. Tevens hadden we een schreeuwend gebrek aan chauffeurs om de maar liefst 468 meter lange file van vrachtauto's en caravans over de weg te laten rollen. Menig arbeidsbureau werd platgelopen, maar bijna niemand wilde meehelpen. Blijkbaar bleef men liever thuis bij een comfortabele uitkering, die toen nog gemakkelijk te verkrijgen was. Goede raad was duur. Daarom importeerden we maar een stel Ieren. Aanvankelijk leuke jongens, maar we hadden te weinig slaapwagens om ze onderdak te bieden en daarom brachten we ze maar onder in hotels. Dat hadden we, achteraf gezien, maar beter niet moeten doen. U hebt vast wel eens gehoord of gelezen over Engelse en Ierse popgroepen die hun hotelkamers verbouwen..? Nou, ik kan u verzekeren dat wij hun niet minder begaafde neefjes in dienst hadden! Steevast op hun betaaldag was het hele zwikkie zo bezopen als een leger alcoholisten bij elkaar. Dat leverde trouwens ook wel eens dolkomische situaties op. Zo herinner ik me een keer dat het opbouwen van de leeuwenkooi ongeveer een half uur duurde omdat niemand van de nog steeds beschonken Ieren zich kon herinneren hoe je zo'n kooi in elkaar moest zetten. Het publiek lag blind van het lachen. Men dacht dat de wanordelijke bende onderdeel van de act was... Wij wisten wel beter. Maar toen een hek van een kilootje of tachtig in de richting van de loge donderde, grepen we in. Toen hebben we ook de dompteur toch maar even van tevoren gevraagd of hij alles even goed wilde controleren voordat hij zijn leeuwen naar binnen stuurde. Een dag tevoren had een leeuw in de tent, die toen in Alblasserdam, stond kans gezien er tussenuit te glippen. Gelukkig was zijn vrijheid van korte duur en liep het avontuur goed af. Maar op een herhaling zaten wij echt niet te wachten. Wel haalden we de TV met deze onbedoelde leeuwenstunt. Toch zaten we niet op dit soort publiciteit te wachten. Al helemaal niet omdat wij ons met de show voornamelijk op kinderen richtten. Met die Ieren dreigde het na 6 weken gierend uit de hand te lopen. En voordat zo'n ramp kon gebeuren hebben we het hele dronken zooitje er radicaal in een keer uitgeschopt. Het betekende echter wel dat broer Adriaan en mijn schoonzoon Evert ook achter het stuur van de vrachtwagens moesten kruipen en dat had ook weer tot gevolg dat mijn vrouw mij allemaal lelijke woordjes toefluisterde omdat ze tot twee uur in de nacht en in de stromende regen moest meehelpen om - met mij achter het stuur van een vorkheftruck - de ankers van de tent uit de grond te trekken. Ik weet het nog goed, in haar kleddernatte oliepak, maatje 38, riep ze mij liefdevol toe: "Bassie van Toor! Ster-acrobaat in de lucht en de Grote Clown in de piste, nu ben je voor mij de Grote Ster in de Modder!" Heb je nog meer leuke ideeën? Tja, op zulke momenten moet je oppassen dat je huwelijk geen deuk oploopt.
Het was duidelijk dat dit zo niet door kon gaan. Iemand vroeg ons: "Waarom nemen jullie eigenlijk geen Polen in dienst?" Goed idee. Dus vijf dagen later sjokten twintig Polen en hun voorman ons circus binnen. Zij bleken beleefde kerels te zijn en bovendien harde werkers. Alleen de drankzucht van die lieden na gedane arbeid kende geen grenzen. Gigantisch! Wat konden die heren zuipen! En dat deden ze niet omdat ze drank lekker vonden. Ben je gek. Ze hadden slechts een doel: zo snel mogelijk lazarus worden. Achteraf ben ik best blij dat de politie niet al te streng op alcoholexcessen controleerde in die tijd, want anders hadden we tot in lengte van dagen grote averij opgelopen. Maar eerlijk is eerlijk: die Polen maakten nooit grote brokken en ze behandelden het materiaal met veel respect. Je kreeg jammer genoeg vooral in het begin niet veel contact met ze. Het enige dat
ze zeiden was 'dobre, dobre', hetgeen zoveel betekent als 'goed, goed'. Er was een Pool bij die zich opstelde als de voorman. Hij was een jaar of vijftig, een bescheiden type, en hij dronk heel erg matig en dan nog alleen als hij klaar was met zijn werk. Hij had flink de wind er onder bij zijn onderdanen. En hij sprak vloeiend Duits en Engels. Hij hoefde ook nooit zijn stem te verheffen. Zijn naam was 'Lucio'. In het begin van onze kennismaking had hij wel de nare gewoonte om bij het voorbij gaan zijn pet af te nemen stil te staan en plechtig tegen me te zeggen: 'Guten Tag, Herr Direktor.' Na een week of wat ging mij dat danig op de zenuwen werken en bijna ten einde raad vroeg ik hem vriendelijk mij voortaan gewoon Bas of Bassie te noemen en die pet op zijn knar te laten staan. Tot mijn niet geringe verbazing antwoordde hij: 'Schon gut, Herr Direktor!' Na verloop van tijd kreeg ik toch - tenminste dat dacht ik - contact met hem. Dan liet ik hem mij rijden, om bijvoorbeeld mij naar mijn huis in Vlaardingen of naar een studio te rijden. Zo ook op een dag dat wij voor de Bassie & Adriaan TV serie filmopnames moesten maken vanaf het toen nog piepkleine vliegveld van Lelystad. Toen we eenmaal in de 6-persoonskist hadden plaatsgenomen, bleek er naast de piloot nog een plaats vrij te zijn. Behalve onze geluidstechnicus en cameraman was er dus ook nog een plekkie vrij voor 'mijn' Pool. In het Duits vroeg ik aan hem: 'Lucio, zou je het leuk vinden met ons mee te vliegen?' Zijn antwoord was duidelijk: 'Maar naturlich. Sehr gerne Bassie!' Meteen daarop klom hij het vliegtuig in. De piloot startte de motor, maar hij kreeg van de toren nog geen toestemming om te vertrekken omdat hij eerst 'ns even in de toren moest komen vertellen hoe zijn vluchtplan in elkaar zat. De piloot stapte weer uit en liet, geheel tegen de voorschriften in, de motor stationair draaien. Wij besteedden er aanvankelijk geen aandacht aan want we waren druk bezig onze teksten door te nemen. Maar plotseling hoorden we dat de propeller sneller ging draaien en begon het vliegtuig te taxiën! Ik keek naar voren in het vliegtuig maar zag geen piloot. Wel onze Poolse voorman die het stuur met een hand beet had terwijl hij met de andere hand gas gaf. Toen reageerde ik zoals iedereen in een dergelijke situatie zou doen en ik schreeuwde in het Duits: 'He, klootzak, wat doe jij nou!? Stoppen gek!!! Heb je een gaatje in je Poolse hoofd?!' De man draaide zich om en zei doodkalm: 'Bassie, wees niet bang. Ik ben al 25 jaar majoor vlieger van een straaljager in de Poolse luchtmacht.' Om zijn woorden kracht bij te zetten haalde hij met een bescheiden lach op zijn gezicht een foto uit zijn portefeuille. De foto toonde hem in vol ornaat in de cockpit van een Mig. Onze opluchting was groot. We huilden van het lachen. In de verte zagen we dat onze echte piloot in draf naar ons toe kwam. Hij stapte in en een paar minuten later vlogen we van wolk naar wolk. Onderweg vertelde wij het verhaal. Lachend vroeg hij aan onze Pool: 'Lucio, wil jij misschien een stukje vliegen?' Dat liet Lucio zich geen twee keer zeggen. Een uur lang stuurde hij het vliegtuig met vaste hand en zeer bekwaam door de lucht. Op ons verzoek draaide hij een paar messcherpe bochten, waarbij onze apparatuur de neiging had gewichtloos te gaan zweven.
Weer veilig aan de grond zaten we 's avonds in een cirkel bij elkaar, met in het midden een gezellige fles wodka. Een Poolse vrachtwagenchauffeur zei toen tegen mij in perfect Duits: 'Bassie, ik zal je iets vertellen: wij zijn allemaal, zoals we hier zitten, soldaten. Ik heb zelfs de rang van kapitein. Toen werd ik nieuwsgierig. En om nog wat wijzer te worden liet ik een paar extra flessen wodka aanrukken. Na een uur of wat werd het me duidelijk: we waren in gezelschap van een groep Poolse militairen die, bij gebrek aan een oorlog, of ander werk in het Poolse leger door de legerleiding via het arbeidsbureau in ons circus te werk gesteld waren. Onder het motto goed voor de deviezen. Nu had ik wel eens gehoord dat alle vrachtwagens uit het Oostblok die tijdens de Koude Oorlog in Nederland reden bestuurd werden door Russische officieren. Zodat ze in geval van een gewapend conflict met het westen in ieder geval de weg naar Europoort weten te vinden...
Later op de avond liep ik samen met Lucio in het donker naar mijn woonwagen ik stopte voor mijn deur en vroeg gekscherend aan Lucio: 'He Lucio, vertel me eens, als het Oostblok in oorlog met het Westen zou komen, zou jij dan echt op mij schieten en mijn huis platgooien? Ik heb die ongein namelijk al eens meegemaakt in 1943 met de Duitsers.' Ernstig voor zich uitkijken zei hij tegen me: 'Bassie, als de Russen oorlog met jullie wil, dan knappen ze hun eigen rotzooi maar fijn zelf op. In dat geval neem ik direct de benen, naar mijn vriend Bassie in Holland. Ik weet waar je woont. Toch?' Ik schoot in de lach en zei tegen hem: 'U bent altijd van harte welkom bij mij, Herr Majoor!' Lucio salueerde stram en zei zachtjes: 'Gute Nacht, Herr Direktor.' En hij ging in de richting van zijn slaapwagen.
© Bas van Toor