HOERA! WE ZIJN FAILLIET!

Met mijn show ‘Bassie & Zijn Vriendjes’ toer ik door het hele land. Ik kom dan ook wel ‘ns in de buurt van Zeist, waar heel vaak een file van heb-ik-jou-daar staat. Voordeel van zo’n file is dat je langzaam moet rijden en dat geeft je dan de gelegenheid om lekker diep in je herinneringen te gaan graven. Laatst overkwam me dat weer. Stapvoets rijden. En toen moest ik aan die ene keer denken: de telefoon rinkelde en aan de andere kant van het lijntje hoorde ik een stem, gehuld in dat leuke accent waarvan Nederlands Joodse medelanders zich van bedienen. “Zpreek ik met Bazzie?” Waarop ik ogenblikkelijk reageerde met: “Hallo, zpreek ik met Zaar?” Lachend klonk het in mijn oor: “Inderdaad. Hoe weet u dat ik het ben?” “Ach,” zei ik zo achteloos mogelijk, “ik doe een gok.” “U bedoelt mijn gok!?” vroeg ze schaterlachend. Hikkend van de lach zei ik: “Waarom belt u de drukste man van Nederland..?” Haar antwoord was heel gevat: “Omdat u zo bescheiden bent; nou goed?”

‘Wat een leuk mens heb ik aan m’n lijntje hangen,’ dacht ik. Toen kwam zij met haar vraag op de proppen: “Zeg”Bazzie, zijn jullie misschien volgende week woensdag nog vrij om bij mij in de winkel een voorstelling te verzorgen?” “Ach, als uw winkel van het formaat Bijenkorf of V&D is, dan komen we er wel uit, denk ik,” kaatste ik in haar richting.
Het werd stil aan de andere kant van de lijn en heel even dacht ik dat ik weer een van die grapjassen aan de telefoon had; zo’n lolbroek die af en toe ons kantoor belt omdat ie in de veronderstelling is dat niet ik maar hij de clown is.
“Nee,” zei de stem. “Ik heb maar een bescheiden winkeltje van vijftien bij zes meter…”
“Pffff, dat wordt moeilijk hoor. Want op onze vrolijke show komen toch minimaal duizend kleine mannetjes en vrouwtjes af,” vertelde ik haar, naar waarheid.
“Oddenommelijne!” hoorde ik haar zeggen. “Dan gaat het feest niet door.”
Ik zei: “Ja, ho effe Zaar! We kunnen ook voor de winkel op een podium in de open lucht optreden. Dat hebben we wel vaker gedaan, hoor.” “Nou dan doen we dat toch,” reageerde zij onmiddellijk. “En ehhh, wat gaat me dat kozten?”
De prijs was voor haar geen bezwaar. Dus stonden wij tien dagen later met onze show in Zeist, in een gewone straat op een podium voor een winkel. Nou ja, winkel..? Voor zover ik weet, kun je in een winkel iets kopen. Maar in deze winkel waren alle schappen volstrekt leeg. En toen ik tegen de eigenares opmerkte dat ze vast wel lekker verkocht had, antwoordde zei: “Bazzie, waz dat maar waar!” Vervolgens kreeg ik van haar de reden te horen waarom wij hier een voorstelling voor alle kinderen uit de buurt kwamen geven.

Een paar jaar geleden was ‘Zaar’ op dit adres begonnen met haar winkeltje in babykleding en kinderwagens. Helaas liep de zaak voor geen meter, ondanks het feit dat hier prachtige kleding en flitsendmooie wandelwagens aangeboden werden. Elke maand kwam het faillissement dichterbij geslopen. Tot het dan tenslotte niet verder meer ging. De leveranciers leverden niet meer. Nog erger was, dat zij de eerder geleverde spullen terug kwamen halen. Tegelijkertijd begonnen zij met achterstallige rekeningen te zwaaien en deurwaarders gingen doen waar zij goed in zijn: dreigen met hel en verdoemenis. De stekker werd uit het winkelavontuur getrokken en Zaar en haar dochter waren, zoals dat heet, naar de ‘gossiemijne’. Maar zie daar, net toen de laatste doos kinderkleding in de vrachtwagen geladen werd, terug naar de rechtmatige leverancier, ging de telefoon. Het was haar schoonzoon. Met luide stem zei hij door de telefoon: “Mama, zal ik u ‘ns wat vertellen?!”
Zaar, met haar gelukkig altijd aanwezige Joodse humor antwoordde: “Ik weet het al! We zijn failliet!”
“Nee!!!” joelde de stem en hij struikelde bijna over zijn eigen woorden: “We hebben een half miljoen gewonnen in de Duitse lotto!!!”

Het gebeurde niet vaak, maar nu was Zaar even sprakeloos. Ze kuchte droogjes en zei toen: “Asjelollig wil zijn, dan doe je wat wel op een verkeerd moment en betreur ik zeer de dag dat je mijn dochter mee het huis uit nam.”
“Nee mama, het is echt waar! Bij mijn gezondheid: ik vertel je geen witz. We hebben met ons drieen een grote prijs gewonnen in de lotto!”
Zaar:“Je benmesjoche!”
“Mama, over een half uur ben ik bij je.”

Half verdoofd zakte Zaar op het enige voorwerp dat nog in het verder lege pand aanwezig was. Het was een krakkemikkige keukenstoel. Dezelfde stoel waar ze in het verleden zo vaak op had zitten piekeren. Zij vroeg zich dan af of er misschien een manier was om te verhinderen dat al haar buurtbewoners naar Utrecht gingen om daar kleding voor hun kroost te kopen. Tevergeefs…
Een half uur later waren schoonzoon en dochterlief bij Zaar in de lege winkel. Het huilen stond Zaar nader dan het lachen. Stiekem vroeg ze zich af: ze zouden hun Jiddische mama toch niet vernachelen… of..? Schoonzoon kwam de winkel binnen, met in zijn kielzog Zaar junior. “Mama, snel, trek je mantel aan. Naar huis en dan kijken naar de uitslagen van de Duitse lotto op de TV!” zei hij op gebiedende toon tegen zijn schoonmama.

Thuisgekomen brak er heel even paniek uit omdat Zaar in alle commotie vergeten had waar ze het Lotto formulier gelaten had. En als geen ander wist zij heel zeker dat die moffen heel ‘grundlich’ waren en beslist geen genoegen zouden nemen met een haastig genoteerd lotto-nummer in een agenda. Een glaasje water deed wonderen. Plots wist Zaar het weer.
Het lotto formulier had ze in een oude schoenendoos gestopt; dezelfde doos waarin zij wat spulletjes van haar overleden Bram bewaarde. Razendsnel werd het nummer van haar lot op de Duitse teletekst vergeleken met de weergegeven cijfers. En warempel, het was allemaal nog beter dan ze dachten! De gelukkigen hadden geen half miljoen maar een heel miljoen Mark gewonnen! Huilend van geluk vielen ze elkaar in de armen. Ze overlegden spontaan wat ze met zoveel geld zouden gaan doen. Schoonzoon zei: “Eerst betalen we al onze schuldeisers en daarna gaan we een reisje naar Israel maken.”
“Oi,”merkte Zaar gevat op, “ik heb een veel beter idee.” Zij ontvouwde haar plan. Hieruit bleek zonneklaar waarom het uitverkoren volk van Israel zo groot is geworden. Zaar zei: “We gaan al onze schuldeisers bellen en we zeggen geen woord over het miljoen dat we gewonnen hebben. Vervolgens doen we de leveranciers een aanbod; een bod dat volgens ons redelijk is. En dat is het bedrag dat ze kunnen krijgen. Als ze dat weigeren krijgen ze naks!”
Het voorstel van Zaar werd met algemene stemmen aangenomen. Tegelijkertijd werd er een flesje wijn opengetrokken dat Zaar nog bewaard had voor als zich ooit een bijzondere gelegenheid mocht voordoen. Iedereen was het er over eens dat dit toch heus wel iets was dat gevierd moest worden.

De volgende dag draaide de nog juist niet afgesneden telefoon overuren. Met alle schuldeisers werd een financiele regeling getroffen die voor elke partij bevredigend was. Zaar blij, schuldeisers blij. Tja kijk, beter vijftien procent van een bedrag in de knip dan geen rooie rotcent! Toch?
Binnen een week was alles afgehandeld en toen wou Zaar ook nog even wraak nemen op de buurt die haar op zo’n wrede manier had laten stikken met haar mooie handel. Schoonzoon opperde een nogal ingrijpend plan: hij wilde ‘s nachts alle bomen in de laan, waarin de winkel stond, laten omzagen. Dat zou een bijna eeuwigdurende herinnering van schande aan het adres van de bewoners zijn. Maar Zaar had een ander idee en daar bleek weer uit dat zij een voortreffelijk Joods gevoel voor humorbezat.
“Weet je wat we doen?”stelde zij voor, “we geven een afscheidsfeest voor de hele buurt waarmee we duidelijk maken dat we ons niet laten kennen. Ja ja, we zullen deze kouwe kakbuurt ‘ns laten zien hoe Zaar afscheid neemt!”

Een dag later lag er op alle adressen in de buurt een uitnodiging van mevrouw Saar Cohen in de bus, waarin iedereen vriendelijk uitgenodigd werd een glaasje te komen drinken wegens het beeindigen van haar bedrijf en dat zij nu van haar welverdiende rust ging genieten in het land van belofte, Israel. En natuurlijk: tenminste de helft van de genodigden kwam opdagen, want als wij Hollanders iets voor niks kunnen krijgen dan komen we wel opdagen…

Het werd een razenddrukke receptie, een prachtige avond en de drank vloeide rijkelijk. Toen schoonzoon aan het slot van de avond ook nog het emotionele lied ‘Jiddische mama’ zong, werd er door de hele buurt in koor aan toegevoegd: “En voor Saar nog eenmaal troelala!”
De laatste gast die afscheid nam, zei tegen Saar: “Wat verstandig van u dat u het vanaf nu rustig aan gaat doen.”
Saar verzuchtte ten antwoord: “Ja. En dan moet u weten dat ik hiertoe besloten heb omdat het al een hele tijd zo rustig bij me is!” De man deed alsof hij het begreep, draaide zich beleefd om en waggelde met onzekere pas weg.
“Zullen we de rotzooi achterlaten voor de volgende bewoner?”stelde schoonzoon voor.
“Niks ervan! We gaan geheel in stijl weg. Alles moet opgeruimd worden en schoon zijn.
En weet je wat we ook nog gaan doen? We gaan morgen Bassie en Adriaan bellen.
Vragen of ze tijd hebben een grote feestvoorstelling voor de kinderen uit de buurt te geven!” besliste Saar.

Zo kon het dus gebeuren dat wij een voorstelling op een podium in de straat verzorgden voor een totaal leeg winkelpand. Geteld heb ik ze niet, maar volgens mij stonden er wel 1500 kinderen bij ons voor het podium.

Na afloop nam Saar me even apart en ze zei tegen me: “Bazzie, je zingt een verkeerd liedje. Je moet niet zingen 'Allez iz voor Bazzie’ maar ‘Allez iz voor Zaartje’ en ze lachte zoals alleen maar Joodse vrouwen van boven de vijftig kunnen lachen: met tranen in de ogen. Gierend zei ze: “Zag je ze allemaal ztaan? Die nikzkopers. Alz elk kind daar in een kinderwagen van mij had gelegen, dan kon ik nu echt in Israel gaan wonen. Nebbisch! Weet je wat we gaan doen? We gaan lekker met z’n allen naar de Chinees. Ik betaal!”
Het werd enorm gezellig bij de Chinees. Vlak na het toetje zei Saar tegen me: “Bazzie, ik heb voor jou nog een paar mooie clownschoenen. Die zijn nog van m’n moeder geweest. Zij had maat 40.”

Waarop ik zei: “Stuur ze maar op, meid. Als ze me leuk staan trek ik ze aan op de bühne.” Twee dagen later kwam er een doos waarin twee sjieke, hoge rijglaarsjes zaten. Alleen nog een kwast rode verf erover en ik was meer dan tevreden. Als je goed kijkt zie je mij in het avontuur ‘Bassie & Adriaan en de rode diamant’ rondlopen op die laarzen.

Ik heb nooit meer iets van Saar gehoord. Maar een ding weet ik heel zeker: een vrouw die zoveel humor heeft om haar faillissement met een superfuif te vieren, die wordt absoluut heel oud.

Shalom!

© Bas van Toor