HOLLANDSE DEGELIJKHEID

In de begintijd van onze carrière werkten wij heel veel in Duitsland en traden wij veel op bij wijnfeesten en grote gala's in stadshallen. Op de een of andere manier vielen wij in de smaak bij de man die elke maand voor de Mercedes-fabriek in Sindelfingen de jubilaar feier moest organiseren. Dat was elke maand op de eerste maandag van de maand en aangezien er geloof ik 60.000 man bij Mercedes Benz werkte zijn de voorstellingen ontelbaar want als je 12½, 25 of 35 jaar in dienst was dan werd je gefeiert. De weg Vlaardingen Stuttgart rijd ik nu bij wijze van spreken nog met mijn ogen dicht.
Wij werkten ook veel in cabarets en variété's en dat was leuk want dan stond je een maand of langer in zo'n zaak en woonde je op de camping in de caravan, overdag vissen en zwemmen en ‘s avonds 2 x 10 minuten op ons kop staan en klaar was kees.

Zo ook werkten wij eens in Koblenz in variété Gross Koblenz, een kleine maar gezellige zaak waar veel familiepubliek kwam. De baas was een oud nazi, zo bleek toen wij er een paar dagen werkten, en die mochten wij graag op de kast jagen. Ik herinner mij een keer dat ik Aad zijn vlinderstrikje onder zijn neus duwde en Aad met een gek gezicht zijn rechterarm omhoog deed. Het publiek brulde van de lach want zij begrepen maar al te best wie wij op de kast jaagden. Die baas had na de oorlog zes jaar gezeten en dat kreeg je niet voor auto's bekrassen. Afijn, baas de pest in, dat moesten we niet meer doen want hij stond ook voor idealen, bla, bla, bla. Ik dacht; 'Ach vent, als jij vannacht maar niet slaapt heb ik mijn doel bereikt.' Maar ja, je moet verder, dus we hielden ons een beetje in.

Maar op een dag komt hij boos de kleedkamer in en zegt: "Jullie Hollanders hebben toch altijd wat op die Duitsers? Nou jullie zijn ook zo lekker niet." ik vroeg; "Was ist loos?' Nu er bleek net een touringcar met gasten uit Holland vertrokken, en hij miste 44 stenen bierpullen van het uitstekende biermerk Köningsbacher.
Daar sta je dan met je oranjegevoel toch mooi voor joker, al hadden wij aan die diefstal part noch deel. Ik raadde aan; Laat die bus bij de grens aanhouden.

Dus zogezegd zogedaan, bij Bergh werd de bus aangehouden, gecontroleerd en ziedaar kwamen de 44 stuks steengoed te voorschijn. Zo sta je dus voor gek met z'n allen en het verhaal kreeg nog een extra dimensie toen het gezelschap uit politieagenten en hun echtgenote's bleek te bestaan uit een plaats die ik, ook al is al 30 jaar geleden, liever niet noem.

Aan dit voorval werd ik herinnerd toen ik met mijn vrouw en twee dochters op vakantie in China was (we waren al zo vaak in Harderwijk geweest). Op die bewuste dag was ik namelijk met een groep Hollanders in een heel mooi en zeer sjiek restaurant om daar het z.g. ‘keizers verwennen' te gaan genieten. Dit was enorm en lekker en het entertainment bestond uit 3 peking-chinezen die verwoedde pogingen deden om een eensnarig muziekinstrument in tweeën te zagen waarbij begeleid door de zang van een allermooist chinees zangeresje, maar die een geluid produceerde alsof ze op het punt stond om, als toetje bij het menu, opgegeten te worden. Het geluid was een kruising tussen het geluid van een krolse kater en een dronken hond.

Maar dolle pret, hilariteit allerwegen, totdat de aftocht kwam en wij in de bus zaten te wachten totdat iedereen zat. daar kwam onze reisleider met de baas van de zaak meedelen dat hij 44 mooie eetstokjes miste en dat hij die graag terug had. Oei, dat was pijnlijk. Het verzoek werd drie keer herhaald en beiden verdwenen weer in het restaurant maar na 10 minuten kwam onze reisleider terug en die bedankte iedereen omdat hij zojuist 44 eetsokjes uit eigen zak had moeten betalen.

Opeens klonk een stem van een vrouw voor mij; ‘Nou hier heb je ze dan.' en zij toverde een bos ivoor te voorschijn waar vier olifanten een nieuw kunstgebit van hadden kunnen krijgen. De vrouw keek strak voor zich uit en dacht misschien wel aan thuis waar de buurvrouw haar geraniums en huis in de gaten hield omdat er zoveel gespuis rondloopt tegenwoordig. De stemming was nul in de bus, maar ik kon toch niet nalaten keihard te zingen; ‘Ze zit voor gek, ze zit voor gek, die ouwe stokkies-dief!'

Iedereen keek mij verontwaardigd aan. Dat doe je toch niet bij zo'n keurige mevrouw! 13 Uur vliegen van huis werd ik geconfronteerd met die Hollandse tolerantie, terwijl die keurige mevrouw met haar degelijke outfit gewoon ordinair aan het jatten was geweest, breek ik toch mijn nek erover. 44 Bierpullen en 30 jaar later 44 eetstokjes.

Ik waagde bij het uitstappen nog; ‘Mevrouw, als u volgende week bij Cas Spijkers gaat dineren jat u dan ook uw vork en mes mee?' maar achter mij hoorde ik mijn vrouw en dochters zeggen; ‘Hé Clown, doorlopen, je hebt haar nu genoeg gepest!

© Bas van Toor