JOSEPHINE

We werkten in een nachtclub in Zürich en kregen van Leopold Kremoezen, een zwitserse agent, het verzoek om in een grote tv show op te treden in Zürich. Het werd goed betaald en de gage was naar hollandse maatstaven aan de hoge kant.
Vier enorme tenten midden in Zürich opgebouwd en vier dagen repetitie met het orkest van Riaz Berlin onder leiding van Paul Kühn. Vier dagen repetitie, althans voor Josephine Baker.
Voor ons en de conferencier Rudi Carrel schoot er aan het slot precies 10 minuten over.

Alle artiesten beschikten over een mooie kleedkamer en er was zelfs een kantine gecreëerd voor ons allemaal en daar was het elke avond tot in de late uurtjes feest. Ik denk dat de Züricher dierentuin (wat het goede doel was van de artiesten en muzikanten) minimaal de wintertuin heeft kunnen renoveren, want ‘wir haben viel sauferli gemacht.'

Josephine Baker, hoewel de grootste ster, was een aardige vrouw en als zij binnenkwam praatte zij gewoon met iedereen en het liefst over kinderen. Zij zelf had er een stuk of zeven geadopteerd dus het stond buiten kijf dat toen ik vertelde dat ik een dochter van 4 jaar en Aad een zoon van 3 jaar had zij koste wat het koste die kinderen moest zien. Dus wij beloofden dat wij ze de andere dag mee zouden brengen evenals onze vrouwen, die hoewel zij allebei al geruime tijd meewerkten, de muziekrepetitie's aan ons over lieten en ik het grootste gedeeldte weer aan Aad over liet, dus iedereen was tevree.

De volgende dag de echtgenote en de kinderen meegenomen en daar stond die vrouw, die toen al over de 70 was, over de liefde te zingen op een manier waarmee je zelfs een neushoorn rooie oortjes had bezorgd. Effe pauze, ‘Madame Josephine, ici mon femme.' zei ik in mijn frans en Aad herhaalde dit. En ‘ici, eh,eh......' verrekt hoe zeg je nou; mijn dochter in het frans?
Nou dat hoefde niet eens want toen mijn dochter madame Baker ontwaarde, die hoewel zij jong van hart was haar gezicht zo had kunnen lenen voor een luxaflex reklamespot, gilde zij; ‘Mamma, een heks!' en nam de benen. En hoewel madame Baker, die haar eigen kroost natuurlijk miste, zei; ‘Mon amour, ici.' en ik riep ‘Hierkomen!', bleef zij achter een stapel stoelen zitten en pas na een hoop beloof van chocolade, kadootjes enz. durfde zij ‘s avonds madame Baker een handje te geven.

Aan dit voorval denk ik altijd weer als ik weer zo'n enthousiaste moeder in de kleedkamer krijg en het kind panisch wordt en alles bij elkaar gilt en het vertikt om met mij op de foto te gaan.

© Bas van Toor