MAG IK U EENS FOTOGRAFEREN?

Regelmatig krijg ik de vraag: ‘Mag ik u eens fotograferen? Ik ben namelijk student op de fotovakschool’ of ‘Mag ik u eens schilderen? Ik zit op de kunst academie.’ of ‘Ik heb die en die ook al geschilderd’. Dan luid mijn antwoord steeds: ‘Nee, nee en nog eens nee’.
‘Goh, ik had van u wel verwacht dat u dat leuk zou vinden’. Nou, ik vind dat helemaal niet leuk. Waarom? Dat zal ik u vertellen.

Ik ging een keer op het verzoek van een fotograaf in en we spraken een dag af dat hij en ik de tijd hadden. Hij vertelde vrolijk dat hij mij graag om 8 uur ‘s ochtends in zijn studio in Amsterdam zou willen zien. Ik zei: ‘Nou, ik had eigenlijk gedacht dat u naar een voorstelling van ons kwam en dan een kwartiertje foto’s maakte in ons decor en dan klaar is Kees.
Hij dacht meer aan twee fotosessies van drie uur. Ik vroeg terloops: ‘Wat gaat u met die foto’s doen?’ Toen zei hij: ‘Ik ga er een kalender van uitgeven’. Ik vroeg: ‘Wat is voor mij dan de eventuele gage?’ Toen begon hij te lachen en zei: ‘Nee. Ik kan u er niet voor betalen maar het is voor u goede reclame dat u mijn naam kunt noemen en dat ik u gefotografeerd heb’.
Hij zat die dag natuurlijk zonder model.

De volgende kwam met een stuk of vijf kinderen naar het theater waar wij een voorstelling gaven, en na de voorstelling was hij in ¾ minuut klaar en verdween gelijk. Ik denk, om zich nog lang, tijdens de rit naar huis rot te lachen in de auto, omdat die clown er toch maar mooi ingetrapt was en hij met zijn gehele gezin gratis de voorstelling had bijgewoond. En die foto’s? Ach joh, dat was een geintje.

Een volgende student nam zeker twee uur de tijd in het theater waar we werkten en stuurde zowaar nog wat foto’s op ook, waarvan ik nu nog lachstuipen krijg als ik er aan terug denk. Zowel Adriaan als ik waren uit de gekste standpunten opgenomen en daarna afgedrukt of we zo uit holocaust kwamen. Ik had zelfs een totaal geel gezicht en Aad zag er ook niet uit en keek of hij zojuist met zijn hoofd uit een wringer kwam. Ik heb die fotograaf gebeld en hem aangeraden om voortaan op die manier de trouwreportages af te drukken, dan was de mensheid, mede door zijn geheide faillissement, voorgoed van hem af.

De kunstschilder oogde vrij normaal, en ik was net uit de nok van het circus van tien meter hoogte naar beneden gedonderd en liep op twee krukken te revalideren toen mij gevraagd werd: ‘Mag ik u zo schilderen?’ Ik stemde toe en ik heb drie zittingen geposeerd zodat hij de rest verder uit kon werken. Daarna natuurlijk nooit meer wat van gehoord. Zo gaat dat nou eenmaal. Totdat een kennis mij vertelde dat hij mij op een expositie te koop had zien hangen, voor een prijs zo hoog dat ik met alle plezier voor dat bedrag daar zelf een half jaar voor aan de muur had willen hangen.
De naam van het schilderij was tragiek. Ja natuurlijk, wat dacht je? Ik liep in die tijd te sterven van de pijn, met zes scheuren in mijn bekken, en het deed nu nog meer pijn dat hij aan mijn leed een ton overhield terwijl het verdorie mijn tragiek was die hij daar hing te verkopen.

Een andere kunstleugenaar stuurde mij ongevraagd een fotokopie van een schilderij van mij, met een heel verhaal erbij, dat hij de hele oorlog ondergedoken was geweest en dat zijn moeder hem had geleerd altijd fier en rechtop te blijven lopen en te doen wat zijn hart hem in gaf. Nou, dat was dan zeker proberen mij op te lichten, want hij vroeg 5000 gulden voor zijn prutswerk.
Ik heb hem een brief geschreven die begon met: ‘Geachte heer, Naar aanleiding van de offerte van u schildersbedrijf verzoek ik u mij mede te delen wat het mij gaat kosten als u bij mijn moeder het plafond komt witten en de schutting teren’.
Ik kreeg een keurige brief van zijn zoon, die mij teleurgesteld mededeelde dat ‘Pappa zo overstuur was van mijn brief dat hij spoorslag 14 dagen voor zijn rust naar zijn huis in Spanje vertrokken was’. Tja, dat huis had hij zeker met schilderen verdiend.
Hij was heel beleefd en liet een briefje in mijn kleedwagen brengen dat hij mij na de show even wilde spreken. Nou, geen bezwaar. En hij kwam hijgend de trap van mijn wagen op een had een plat pak bij zich. Daarin bleek een schilderij te zitten wat mijn vrouw en mij voorstelde terwijl ik haar in spagaat op mijn handen boven mij droeg. ‘Nou’ zei hij ‘dat heb ik voor u gemaakt. Is het mooi of niet?’
In mijn zenuwen en om hem niet te kwetsen zei ik ‘dat ik nog nooit zo iets moois gezien had’. Dat is de op één na meest stomme opmerking die ik in mijn leven gemaakt heb, de grootste moet altijd nog komen.
Hij weer: ‘Ik dacht zo, voor 500 piek mag u het hebben!’
Nou, ik zat er geheid aan vast en kon niet meer terug. Ik betaalde en hij was daarna zo weg. Terug in mijn woonwagen zei mijn vrouw: ‘Als je maar niet denkt dat ik dat onding ook maar ergens in mijn huis of woonwagen ophang! en ik dacht: ‘Als ik nou zeg dat ik er 500 piek voor betaald heb dan wordt het oorlog in huis!’.

Enige jaren geleden heb ik, na veel gesoebat en gesmeek, een jongen uit het zuiden des land zijn zin gegeven en hem een paar weken met de show meegenomen en mocht hij slapen in de slaapkamer van een bedrijfspand van mij. Na drie weken werd iedereen gek van zijn grote mond zodat wij hem beleefd verzochten op te hoepelen. Hij kwam, bij wijze van afscheidscadeau, de laatste dag met een grote tekening aan, gemaakt door zijn moeder,
met zoveel van mijn clownkoppen door elkaar dat het net een momentopname leek van een trein die op een onbewaakte spoorweg overgang in een bus met carnavalsvierders gereden was. Hem natuurlijk uitvoerig bedankt, en wij blij dat hij weg ging.
Weken daarna bleek dat hij een groot aantal foto’s van ons uit het verleden had gejat dus dat schilderij, hoewel voor niks gekregen, was nog te duur.

Als u mij nu vraagt: ‘Bassie mag mijn kind met u op de foto?’ dan zeg ik altijd ja.
Maar onder geen beding leen ik mij voor zogenaamde kunstfoto’s en als u mij vraagt: ‘Zal ik u eens verrassen met wat schilderwerk?’ zeg ik ook altijd ja, mits u zich maar beperkt tot het in de carboleum zetten van mijn tuinschuur of mijn plafond witten, maar voor de rest: ‘Neeeeeeeeeeeeeeeehhhhhhhhhhh!!!!!!!’

© Bas van Toor