OUDE TONGE

Moeder haal je wasgoed binnen want het circus komt er aan.
Of het nou werkelijk waar is dat de mensen van het paardenspul het wasgoed van de lijn af jatten lijkt mij sterk. Ik zie mij nog niet rondlopen in de slip van de mensen waar we naast
stonden met de woonwagen, en die ons ook van een draadje stroom voorzagen wanneer na elf uur ‘s avonds de grote circus lichtmachine stil viel.
En trouwens dan moet het wel een slip van het maatje ‘dikbil’ zijn, anders past de clown er toch niet in. Ik denk dat artiesten of circusmensen die vroeger je wasgoed jatte gewoon een
‘Broodje Aap Verhaal’ is.
Goed dus, artiesten jatten geen wasgoed maar voor de rest is het toch oppassen geblazen met veel artiesten in huis. Ik herinner mij een leuk voorval dat zich ongeveer in 1964 afspeelde in Oude Tonge, toen nog niet verbonden met het vaste land door de dam. Die was toen net in aanbouw, dus daar ging je nog gewoon naar toe met de pont.

Het was een leuk programma met o.a. Harry Touw, één van de fijnste collega’s die ik ooit heb gehad. Tonny Eyck en zijn zus als het accordeonnummer ‘Les Deux Jateux’.
Teun zorgde ook voor de muzikale begeleiding, voor de verhalen en de gein. De Mountie’s, net in de nieuwe samen stelling met René van Vooren en Ria Valk toen ook al een topper. Plus nog een paar artiesten waarvan mij helaas de naam ontschoten is.
Goed, we moesten twee dagen spelen voor de middenstandsvereniging. Die hadden een winkel actie gehad waarop je vrijkaarten kon verkrijgen door zo veel mogelijk St. Nicolaas en kerstinkopen te doen bij de winkels van Oude Tonge.

Iedereen was op aanraden van René Frijters, het theaterbureau wat ons bemiddeld had, ruim op tijd aanwezig in verband met kruiend ijs. En als er veel ijs was werd de pont uit de vaart
genomen. Nou, dat was spannend ‘s avonds om tien uur.
Helaas (nou helaas?) was er te veel ijs dus we konden niet terug naar de wal.
Aan een kant niet zo heel erg want we speelden toch de andere dag weer in de zelfde zaal en de plaatselijke hotelhouder matste ons voor een leuk prijsje en dus na de voorstelling gelijk naar bed.

Ja mooi niet! We gaan feesten en die hotelhouder zag het ook wel zitten met al die beroemdheden in huis en gaf het eerste rondje, en toen nog één en nog één en nog één.
Na een uur stelde hij voor om in polonaise door het hotel te gaan en alle gasten, waaronder een stel ingenieurs van rijkswaterstaat die aan de dam werkten, wakker te gaan maken en er een gezellige avond van te maken. Hij had een kleine bruiloftzaal bij het hotel en daar had ik op een piepklein toneel een drumstel en een trompet ontdekt van het plaatselijke muziekclubje wat op bruiloften en partijen speelde.
Ik leende hun trompet, op zo’n ding had ik nog eens een jaar lang mij een hernia geblazen op de muziekschool, dus er kwam geluid uit. Aad(riaan) confisqueerde de grotetrom.
Tonny Eyck pakte zijn accordeon en Piet Mountie liep met de kleine trom en voorwaarts ging het naar de tweede etage, waar iedereen een beleefd klopje op de deur kreeg met de vraag: ‘Zin in een feestje?’
Nou niemand weigerde. Want zoveel was er in die tijd ook niet te doen op Oude Tonge voor
die Rijkswaterstaatjongens die aan de dam werkten en grotendeels het hotel bevolkten. Dus op naar de grote zaal. Na eerst nog even met zes man in het bed gedoken te zijn, waar de zus van Teun en Ria Valk in lagen, en onder groot gejuich en luid gekraak donderden wij met zes man en twee vrouwen door het ledikant. Lachuuuuuhhh

Met Harry Touw voorop ging het in polonaise door het hotel. De dames sliepen zonder morren de rest van de nacht op de matras op de grond. Maar nu schoten ze snel een duster aan en gingen mee in de polonaise op naar de zaal.
Daar had onze impresario René Frijters, inmiddels plaats genomen achter het geramponneerde drumstel of wat er nog van over was en trommelde dat horen en zien je verging. Daarbij steeds een rondje met een drumstick boven zijn hoofd draaiend waaruit de baas van het hotel weer begreep: ‘Rondje voor de hele tent.’ en hij de kelken voor de zoveelste maal vulde. Maar de stemming steeg ten top toen Piet van de Mountie’s uitleg kreeg van een rijkspolitieagent, die met zijn maat de saaie nacht op het eiland even kwam onderbreken en Piet uitleg gaf over de werking van zijn pistool uit de eerste wereld oorlog, waarop een enorme knal klonk en Piet een gat in het plafond schoot en de wachtmeester de andere dag mocht vertellen aan zijn baas waarom hij een patroon uit zijn houder van zes miste. Lachen en hilariteit allerwegen.

We probeerden vanaf zeven uur ‘s ochtends nog wat te slapen en zaten rond twee uur ‘s middags pas aan het ontbijt met een kater waar Felix u tegen zou zeggen.
‘s Avonds na de tweede voorstelling zei Rene Frijters: ‘Jongens, ik maak jullie gage wel per giro over want ik heb net met de hotelbaas afgerekend. Ik had hem gisteren beter kunnen
vragen: Wat moet je hebben voor de hele zaak? dan was ik goedkoper uit geweest. En wat betreft de pont, die vaart vanavond weer niet dus we blijven weer over want we kunnen pas morgenochtend weg. De pont mag alleen varen bij daglicht.’
Harry Touw zei nog: ‘Oh, wat zal mijn vrouw trots op me zijn. Ik zei nog door de telefoon dat ik twaalf uur thuis zou zijn. Gelukkig heb ik niet gezegd welke dag.’
We hebben de tweede avond toch nog een bescheiden feestje gebouwd waarbij Rijkswaterstaat ook trakteerde.

Ik werk nog veel in Zeeland en altijd als ik Oude Tonge voorbij rijd of een stop maak om in het hotel, wat inmiddels enkel nog restaurant is, om een tongetje te gaan eten, komt dat
verhaal steeds weer boven en zoals het een goeie anekdote betreft schoot Piet met een mitrailleur en moest de brouwerij met een extra wagen komen om de drank aan te vullen.
Want hoe verder zo’n verhaal achter je ligt hoe leuker het wordt.
Dat we de laatste ochtend twee uur in de weer zijn geweest om onze autosloten te ontdooien bij 10 graden onder nul vergeten we dan maar.

© Bas van Toor