PAPARAZZI
Ik heb in de loop der jaren een inlichtingendienst opgebouwd van verpleegsters en doktoren die mij er geregeld op attent maken dat er ergens een kind ernstig ziek is en die wel eens een clown in plaats van een dokter op visite wil hebben om hem of haar een beetje op te fleuren in de nadagen van hun zo jonge leven, die ze doorbrengen in huiselijke kring.
Meestal gaat mijn vrouw of een van mijn dochters mee want ik moet altijd iemand bij me hebben om via hen een beetje te dollen. Je komt tenslotte als clown. Maar als zij niet kunnen kan ik altijd een beroep doen op een van mijn vrienden. Adriaan ging vroeger ook mee, maar sinds een jongen van 14 jaar, bij het weggaan, Aad door het plastic van zijn isolatietent vast greep en vroeg: ‘Adriaan, jij weet toch alles? Ik ga dood, weet jij wat dat is? Kan jij me niet helpen?' niet meer. Aad heeft toen zeker 90 minuten met die jongen zitten praten, maar was daarna zelf 14 dagen zo van slag (een acrobaat is ook maar een mens) dat ik zei: ‘Aad, ik ga voortaan wel alleen'.
Goed, maar mijn vrouw kon niet. Dochters ook niet. Toen maar een gabbertje van me gebeld, Joop van Tellingen. Wat zegt u? Ja, u weet wel die fotograaf die door menigeen vergruisd wordt maar zijn foto's worden meer bekeken dan die van alle zogenaamde kwaliteitskranten bij elkaar. Joop is privé een moordgozer waar ik zelfs mee op vakantie ga. Met onze vrouwen bezoeken we gezamenlijk menig goed restaurant waarbij het eten dikwijls bijzaak is en de lach hoogtij viert.
Wist u overigens dat Joop een aantal jaren geleden een koninklijke onderscheiding heeft gekregen van niemand minder dan Prins Willem Alexander? Hij ontdekte Joop namelijk op het vliegveld Kloten, bij Zurich in Zwitserland achter een pilaar met zijn camera in de aanslag. Willem Alexander liep naar hem toe en zei: ‘He, van Tellingen, jij hebt nou al genoeg momenten van mijn leven verziekt' en hij gaf Joop een knal voor zijn kop waaruit een blauw oog voortsproot waar je een punt aan kon draaien en waarmee de prins naar mijn smaak blijk gaf uit het goede hout gesneden te zijn en wij voor de toekomst van Nederland qua koning niet benauwd hoeven te zijn.
Joop vertelt dit verhaal te pas en te onpas op feestjes en dergelijke. De ruzie is inmiddels bijgelegd en Joop heeft het nu nog af en toe over ‘Lex' alsof het zijn golfmaatje is.
Dus Joop gebeld: ‘Hoe is het jochie? Wat zeg je, ziek kindje bezoeken? Doen we toch. Waar en hoe laat zien we elkaar?' Ik noem een benzinepomp in de buurt van Alkmaar en de tijd. ‘Wat zeggie jochie? Camera thuis laten? He clown, ik was niet eens van plan om hem mee te nemen.'
Toen ik met feestneus op, moe van het zwaaien naar alle andere automobilisten bij de afgesproken plek arriveerde stond Joop al op de parkeerplaats te wachtten. ‘He jochie! Hoe is het? Thuis ook alles goed met de kids? Fijn, fijn.' Onderwijl stapte Joop in mijn auto en samen reden we naar het huis van het kindje. Af en toe gek aangestaard door passerende automobilisten die pas 50 meter verder door kregen wie wij waren en zich dan weer door ons lieten inhalen en waardoor wij misschien wel verantwoordelijk waren voor de file die later op de radio gemeld werd. U leest het al, bescheidenheid is niet mijn grootste deugd.
We reden een volksbuurt binnen die er net zo uitzag als waar we zelf opgegroeid waren. Joop in Utrecht en ik in Vlaardingen. Tuintjes voor de deur, geboend straatje. Toen we voor de deur uitstapten koekeloerden de buren gewoonte getrouw achter de gordijntjes en de kinderen vroegen: ‘Ben jij de echte Bassie?' Ik zei meteen met een typische Bassie stem: ‘Nee joh, doe niet zo stom joh, de echte is veel te duur.' De deur ging open en een verbaasde vrouw zei; ‘Bent u Bassie?' Ik zei: ‘Ja, maar niet de gewone Bassie, ik ben Bassie van Bassie & Adriaan en dit is een vriend van mij en we komen op visite want er is hier een heel ziek vriendinnetje van ons'. Het door leed gegroefde gelaat van de moeder klaarde op en ze zei: ‘Komen jullie maar naar binnen'. We kwamen binnen in een eenvoudig maar kraakhelder huisje. In de kamer lag een meisje op de bank, met een kaal koppie van de chemokuur, die ons ondanks alles toch lachend aankeek. Ik schatte haar ongeveer 6 jaar oud.
Ik stelde me voor als Bassie van Adriaan tot Clownsburg en Lolsma.
Het meisje moest lachen en het ijs was gebroken. De gebruikelijk Bassiepop viel in goede aarde zoals ook de video banden en de grote zak met snoep van Joop, die zo groot was dat je er de honger winter mee kon overleven. We dolden wat en slaagden er in het meisje te laten lachen. Na een kwartier werd er gebeld. Ik zei: ‘Nog meer visite?!' ‘Nee' zei het meisje, ‘dat is mijn zusje die uit school komt'. Op dat moment komt er een meisje binnen van dezelfde leeftijd en zij leek als twee druppels water op het kind wat tussen ons in zat. Alleen dat verschil. Naast ons zat er een met een kaal koppie en voor mij stond er een met mooi lang blond haar. Een foto aan de muur van twee vrolijke meisjes van 4 jaar met een witte strik in het haar bevestigde mijn vermoedens. Het schoot door mijn hoofd, verdomme het is een tweeling! ‘Ome Joop' zei ik, ‘haal effe de cadeautjes voor die andere mooie griet uit de auto'. Ik gooide mijn autosleutels naar hem toe. Joop begreep de hint en even later kwam hij terug met een Bassiepop en een stapeltje videobanden. Een kind is tenslotte een kind en je kan niet zeggen: ‘Jij krijgt geen cadeautje want jij bent niet ziek'.
Het werd gewoon een leuk half uurtje. Joop en ik kregen een zogenaamde ruzie omdat we niet konden uit maken wie met wie verkering had.
De moeder zie plots: ‘Daar zou ik best een foto van willen hebben' en kwam met een klein fototoestelletje aan en ze vroeg Joop of dat hij de foto zou willen maken. Ze had Joop niet herkend en vroeg terwijl Joop het cameraatje zo goed als mogelijk bediende: ‘Weet u hoe die werkt?' Normaal had ik hier om gelachen, maar toen even niet. Om de lach op de beide meisjes hun gezicht te krijgen zei ik nog: ‘Dat kan hij niet en dat worden vast geen mooie foto's'. Maar Joop maakte de foto's met een precisie alsof hij Willem Oltmans en Erica Terpstra samen in een klein hotelletje betrapt had, wat mij inderdaad een scoop lijkt. Na het derde kopje koffie gingen wij met veel klapzoenen de deur uit.
Samen reden we naar de plek waar Joop zijn auto nog stond. Alle twee zeiden we niets. Op de parkeerplaats aangekomen bleven we nog zeker 5 minuten zitten zonder wat te zeggen tot Joop de stilte verbak en fluisterde: ‘He jochie, zag je dat, het was een tweeling, verdomme. De één blijft leven en de ander is er over een paar maanden niet meer'. Ik knikte en zag twee grote tranen onder zijn dikke brillenglazen naar beneden biggelen. Fluisterend zei ik toen; ‘Sterk spul he, Fishermans friend?' Joop stapte uit en zei niets, liep naar de auto maar kwam toch nog even langs rijden. Hij draaide het raampje open en zei: 'Sorry jochie, ik vergat je gedag te zeggen.
Tot de volgende keer' en hij reed weg.
Een week later kwam er met de post een envelopje met foto's. Met de groeten van de tweeling en een dikke zoen voor ons allebei. Pracht foto's, ze zouden zo de zilveren camera winnen, zei het niet dat wij met zulke foto's geen prijzen willen winnen.
Een paar maanden later zat er een roze envelop tussen de post, waarvan ik er naar mijn smaak al te veel van heb in een doos die ik in de onderste lade van mijn bureau heb staan. Er zat een klein briefje bij. Bedankt, voor wat jullie nog voor ons dochtertje in haar korte leven gedaan hebben. Wilt u dat ook tegen die andere meneer zeggen die bij u was?
N.B. Uit piëteit met de ouders heb ik de plaatsnaam verandert.
© Bas van Toor