SINTERKLAASVOORSTELLING IN WEESP

Weesp, eind november 1990.
Wij waren door de plaatselijke middenstand uitgenodigd om op te treden voor de jeugd, na afloop van de intocht van Sint Nicolaas. Ik weet wel: Nederland is een mooi land, maar er zou een dak op moeten zitten. Vooral in het najaar. Momenteel doen wij geen voorstellingen meer na oktober in de openlucht. Niet omdat wij last van de kou hebben, want je trekt een wolletje extra aan en je loopt heen en weer op het toneel. De kou
laat je koud. Maar, ik kan de aanblik van 2000 kinderen, die al een uur van te voren aanwezig zijn om maar een goed plaatsje te bemachtigen en staan te sterven van de kou, niet meer
verdragen. Dus, zeggen wij: ‘Huur maar een sporthal, dan zitten ze droog en warm.’

Maar goed, in november 1990 waren we zo dom om een voorstelling in de openlucht aan te nemen. Het begin voorspelde weinig goeds. De voorstelling moest om 13.00 uur beginnen en toen wij ruim een uur van te voren arriveerden, viel het water met bakken naar beneden. Heeft u wel eens een feestelijk versierde Sint Nicolaasstoel op een feestelijk versierd podium
gezien, met 8 toneel meesters met hun hoofd en armen die uit een plastic vuilniszak steken, in de stromende regen?
Nou, dat is zo triest, dat het bijna niet triester kan. Om nog maar te zwijgen van een doornatte voorzitter en penningmeester van de plaatselijke winkeliersvereniging bij wie de sigaren steeds uitgingen.Maar toen Sint Nicolaas van zijn paard donderde omdat de schimmel op de doornatte kinderhoofdjes uitgleed, was het trieste hoogtepunt bereikt. Achteraf kun je erom lachen wanneer je in juli in de tuin een pilsje zit te kantelen, maar dat is andere peperkoek.

Persoonlijk is voor mij Sint Nicolaas heilig en heb ik ook nu nog elk jaar een huis vol met kinderen van ons personeel en Sint en Piet op 5 december de hele avond over de vloer. En als iedereen met een vuilniszak vol met cadeautjes de deur uit is gegaan zucht mijn vrouw altijd weer: ‘Nou, volgend jaar doen we het iets anders.’ En dan zeg ik altijd weer: ‘Ach Co, we zien wel.
Zolang als het nog kan…..’ Waarop mijn vrouw dan weer zegt: ‘Met oude jaar heb ik weer zo’n slagveld in m’n huis!’
Meestal hoor ik dat niet eens meer, want ik krijg elk jaar een nieuwe elektrische trein en zoiets neemt een grote plaats in mijn leven in. Dus: ‘Lang leve Sint en Piet!’ En wat mij betreft mag Santa Claus met zijn slee, getrokken door Rudolf The Red Nose Reindeer met 80 kilometer per uur de bocht uit vliegen.
Weg met die commerciële Yank!

Maar goed, het water stortte nog steeds met bakken naar beneden. Een moeder kwam vragen: ‘Wanneer beginnen jullie?’ Ik grapte; ‘Over 5 minuten met schoolslag, daarna borstcrawl en om twee uur met het estafette zwemmen en Erica Terpstra
doet de startspuit.’
Dit begreep ze effe niet. Opeens kreeg ik iets in het oog, een kerktoren met een kruis er op. Ik zei: ‘Aad, zie jij wat ik zie?’ ‘Ja, dat zie ik inderdaad, broertje!’ en we waren al weg.

De kerk, echt zo één uit een boekje, met de pastorie erbij en een trekbel die galmde in de gang toen wij eraan trokken. Meneer pastoor deed zelf open. Een vriendelijke man, grijs haar, pretoogjes maar in een vlot pak. Ik zei: ‘Meneer Pastoor, wij
hebben een probleem. Er staan daar 2000 kinderen in de regen en u heeft een prachtige zaal met een podium….
Mogen wij? Wilt u…? ik bedoel….’
Ik struikelde over mijn eigen woorden maar de pastoor schakelde meteen. ‘Dus als ik het goed begrijp willen jullie de show in de kerk hebben?’ ‘Bingo!’, riep ik meteen. ‘Onder één voorwaarde’ zei de pastoor, ‘geen onvertogen woord, anders laat ik de voorstelling stoppen!’
‘Ach meneer de pastoor, hoe verzint u het!’ Maar Aad was al op een draf naar onze technische ploeg onderweg. En gauw werd onze geluidsinstallatie in de kerk opgebouwd, licht opgesteld en het altaar met bloemen ontruimd.

De kinderen stroomden de kerk binnen, die in no time uitpuilde. Vlak voor de voorstelling keek ik naar een kruisbeeld en fluisterde: ‘Jij zei toch ook altijd, laat de kindertjes tot mij komen? Nou, hier zijn ze! En even later schalde ‘Alles is voor Bassie’ uit wel 2000 kinderkelen door de kerk. Meneer pastoor zat op een bank aan de zijkant vrolijk mee te klappen.
De voorstelling werd een ‘klapper’. Dat is trouwens meestal het geval, maar deze sprong eruit.

Na afloop in de pastorie bleek de pastoor een prekende moppentapper en lagen we blauw van het lachen. En na twee koppen koffie zei hij: ‘Nou drinken we wat anders’ en hij toverde zoals een goed pastoor betaamt, een kleine kurkentrekker uit zijn broekzak en trok een fles wijn open waar je U tegen zegt. Dit was wel de indrukwekkendste Sint Nicolaasshow die we ooit gedaan hadden en ik kan mij vergissen, maar toen we hartelijk afscheid namen van meneer pastoor en door de kerk liepen, waar onze toneel meesters de bloemen weer op het altaar aan het plaatsen waren, keek ik weer naar dat kruisbeeld en ik fluisterde: ‘Leuk, hé! Ook u had vandaag een uitverkocht huis!’

Het is mogelijk dat ik me vergis, maar geef mij het voordeel van de twijfel, want ik meende toch effe een knipoog te zien.

© Bas van Toor