STUNTWERK

Ik moet wel eens lachen als ik lees welk beeld sommige mensen van een BN’er hebben. Vaak lees ik over dit onderwerp de meest vermakelijke onzin. Zo heb ik eens ergens gelezen dat Bassie & Adriaan niet zelf hun stuntwerk verrichten… Welnu, ik kan u geruststellen: slechts twee keer in onze lange, lange carrière hebben wij een stuntman ingehuurd. Een keer gebeurde dat toen wij aan stuntman Jan Postma uit Assen vroegen met zijn trialmotor een klusje voor ons te doen; dat deden we simpelweg omdat dit voordeliger bleek te zijn dan zelf een crossmotor te huren. De tweede keer dat we een stuntman om assistentie vroegen was toen wij een beroep deden op het stuntteam van Rob Slotenmaker. Maar daarover straks meer.

Aan Jan Postma bewaar ik de beste herinneringen. Hij was een man van wie je zegt ‘Zo gek als een deur’. Hij was ooit in Italië deelnemer aan de Europa TV-serie. Alsof het helemaal niet bijzonder was reed hij doodleuk op zijn achterwiel over het Sint Pietersplein in Rome.
Hij deed dat in het volle zicht van een stuk of twintig politiemannen die speciaal voor ons het verkeer regelden aangezien wij op onze scooters tegen het verkeer in moesten rijden. Typisch Italiaans: in plaats van Jan een dikke bekeuring te geven vanwege al zijn overtredingen applaudisseerden de agenten toen zij het stuntwerk van Jan zagen!

Het stuntteam van Rob Slotenmaker kregen wij van de firma Datsun cadeau. Dat kwam omdat wij voor filmopnamen nieuwe Datsuns gebruikten en vanzelfsprekend wilde deze Japanse autoconstructeur dat hun producten er puntgaaf op kwamen te staan en daarom had Datsun voor ons de professionals van Rob Slotenmaker ingehuurd. Ik denk dat zij van die beslissing achteraf nogal spijt gekregen hebben, want de nagelnieuwe Datsun sportwagen –destijds hing er een prijskaartje van 150.000,--. gulden aan- raakte met 120 kilometer per uur onverhoeds in een slip en kwam met een dermate harde klap tegen de vangrail aan dat we later, in de montagestudio, het geluidsvolume van die crash aanzienlijk hebben moeten terugknijpen. Een tweede nieuwe Datsun slipte in een Zandvoortse straat pardoes tegen een hoog trottoir. Daarna stuurde die auto heel eigenaardig; beide voorwielen waren namelijk voor zichzelf begonnen.

Nu, na 25 jaar, kan ik er wel om lachen. Maar toen niet. Helemaal niet omdat ik de volgende dag beide auto’s op hangende pootjes naar de Datsun dealer moest terugbrengen.

Verder hebben wij altijd zelf het stuntwerk in onze films verricht. Dat deden we ook als we de rol van boef moesten spelen. Dat was het vlug, vlug de clownschmink van het gezicht vegen, snor opplakken en de jas van B2 aantrekken om daarna in een grote Amerikaanse auto door de Flevopolder te jakkeren terwijl Adriaan aan een parachute uit een vliegtuig sprong. Daarna zag je ons allebei op een waterscooter met een rotgang achter de boeven aanjagen. Tja, dikwijls hebben we gehuild van het lachen. Behalve die ene keer toen Adriaan voor een opname bij Kudelstaart de plomp indook. Bij die snoekduik verloor hij zijn prachtige, met de hand gemaakte, Adriaan-riem voorzien van een zilveren sluiting. Die kostbare riem moet nog altijd ergens in de modder van een plas bij Kudelstaart liggen.

Misschien vraagt u zich af waarom wij alle stunts zelf verzorgden. Nou, in de eerste plaats omdat wij onze series maakten met een zeer mager budget waarvan de koningin zelfs geen eenvoudig werkbezoek kan afleggen. En in de tweede plaats deden wij zelf het stuntwerk omdat we het gewoon leuk vonden om te doen. Bovendien vonden we het laf om het ruige werk aan een ander over te laten. Ik mag wel zeggen dat noch Adriaan noch ik bang uitgevallen zijn. Komt natuurlijk ook door ons verleden waarin wij 25 jaar lang als acrobaat en cascadeur optraden. We kunnen wel tegen een stootje. Mensen die ons niet zo goed kennen vragen wel eens aan mij: “Hoe zit dat nou Bassie? Adriaan was acrobaat, maar wat deed jij dan behalve de clown spelen?” In zo’n geval antwoord ik: “Oh, nou gewoon, ik liep met ijs en popcorn in de tent…”

De waarheid ziet er anders uit. Als Adriaan op zijn handen stond, dan stond ik altijd onder hem en zorgde er voor dat hij boven bleef. En wanneer hij op zijn hoofd stond dan stond hij wel met zijn hoofd op het mijne – kop op kop, zoals dat heet. Want hoewel Adriaan destijds 10 kilo zwaarder was dan ik fungeerde ik altijd als zijn ‘onderman’ in ons acrobatennummer van ‘The Crocksons’. Trouwens, in onze acrobatentijd heeft mijn vrouw achttien jaar lang meegewerkt. Kon en wilde niet anders. Ik had haar namelijk nog vpoor ons huwelijk beloofd: “Ik zal je op handen dragen, Coby!” Ik heb altijd geleerd dat wat je belooft je ook moet nakomen.

Vanaf 1978 heeft zij eerst in het circus en daarna bij de Lachspektakelshow een leidende functie gehad. Nogal wiedes, want vijftien man personeel in de zaal kun je natuurlijk niet leiden als je zelf op het toneel staat. Tijdens opnames in binnen- en buitenland verzorgde zij atipt de betalingen voor hotel, maaltijden, transport en noem maar op. De vrouw van Adriaan hield nauwgezet het script in de gaten. Dat was nodig om er zeker van te zijn dat alle scenes bij de montage klopten. Het is niet overdreven te zeggen dat onze vrouwen veel hebben bijgedragen aan het succes van het duo Bassie & Adriaan.

En als u echt wil weten waarom wij al het stuntwerk zelf deden, dan is het antwoord heel eenvoudig: wij hadden er gewoon het geld niet voor om het stuntwerk door anderen te laten doen.

Een jaar of wat geleden werkte ik mee aan een reclamespotje voor Delta Lloyd in Amerika. Voor de eerste keer in mijn leven maakte ik toen mee hoe het was om in een gespreid bedje te belanden, om het zo maar eens uit te drukken. De vlucht naar de USA was voor mijn vrouw en mijzelf ‘uiteraard’ in business class. Een auto met privé chauffeur haalde ons bij het vliegveld op. Hij bracht ons naar een hotel waar alle luxe vanaf droop. Een dame in een mooie, blauwe stofjas schonk voor mij en nog een andere acteur voortdurend bronwater in en zij voorzag ons van M&M’s en Marsrepen. We dineerden in restaurants, zo sjiek dat je daar alleen maar durfde fluisteren. En een mensen om je heen! Alles werd voor je gedaan. Ik mocht bij wijze van spreken nog niet eens zelf mijn neus snuiten. Het was er warm, heel warm. Een stem uit een luidspreker riep: “Mister Bassie, please wait a moment!” Terwijl ik deed wat mij opgedragen werd kwam er een juffrouw met een doos doekjes aan die voorzichtig een zweetdruppel van mijn voorhoofd veegde. Goh, wat was dat leuk om eens mee te maken!

Er deden ook nog een stuk of tweehonderd figuranten mee. Voor hen waren zes mensen voor de catering in de weer. De spot stond er in drie dagen keurig op. Ons ticket was twee weken geldig en dus hielden mijn vrouw en ik er ook nog een leuke vakantie in Texas aan over.

Het was een prachtige ervaring. Maar de aller leukste tijd was toch wel als we met een ploegje van acht man elke maandagochtend naar Schiphol reden en vandaar naar Italië, Spanje, Duitsland, Curaçao, Amerika of de Canarische Eilanden vlogen. We werkten ons helemaal suf, dat wel. Maar met z’n allen maakten we een product dat nu al zo’n dertig jaar lang op de TV loopt. Met een half oog kijk ik wel eens naar een programma als ‘Bobo’s in de Bush’ of zie ik een reisprogramma van de een of andere presentatrice. Dan denk ik wel eens: “Zo, jullie hebben vast en zeker goed naar Bassie en Adriaan gekeken, maar wat jullie maken is toch lang niet zo spannend en er valt ook bitter weinig te lachen in jullie productie.” Tja mensen, acteren blijft toch echt een vak he.

Laatst vroeg iemand aan mij: “Zou je het over willen doen, die 49 jaar leven als beroepsartiest? Aanvankelijk als acrobaat en stuntman en daarna 25 jaar met het duo Bassie & Adriaan?” Volmondig antwoordde ik: “Ja en nog eens ja.” Ook ondanks die vier gekneusde en twee gebroken ribben, en ook na die val van tien meter hoog uit de nok van de circustent waarbij ik mijn bekken op zes plaatsen scheurde, en jawel hoor, ook nog na de gebroken pols die ik opliep bij de landing van een salto. De gebroken enkel bij een struikelpartij op een brug in Willemstad neem ik ook op de koop toe. De stalen kunstheup is een souvenir dat ik overgehouden heb van al mijn gooi-, smijt- en vliegwerk in een lange carrière als acrobaat.

Ondanks het feit dat ik inmiddels de 70 jaar gepasseerd ben sta ik nog regelmatig op de planken of doe ik ergens in het land promotie werkzaamheden. Ik heb er nog steeds veel lol in en ik kan heel goed begrijpen waarom iemand die elke ochtend om half zeven op zijn fiets naar de fabriek rijdt aan mij de vraag voorlegt: “Waarom stop jij niet?”
Dan zeg ik het niet hardop, maar misschien zou ik dat toch wel eens moeten doen. Dan hoor je mij zeggen: “Tot mijn twintigste heb ik alle rotbaantjes in fabrieken, tuinderijen en kantoren afgewerkt. Dus ik weet welk een spannend leven jij leidt.”

Laat mij maar lekker ‘clowntje spelen’, desnoods achter een rollator. Maar dan wel een rood sportmodel met carbon velgen en een mooie verchroomde toeter op het stuur!
Lachuuuuuuuuuh!!!

© Bas van Toor