ZET DIE KIKKER AF!!!

‘Kwaak kwaak kwaak!’ klonk het luid boven de sloot uit.
’Kwaak, kwaak, kwaak!!!’ klonk het weer en daarna: ‘Horen jullie mij wel?! Jullie horen zeker wel hoe mooi ik kan kwaken?!’
’Nou, geweldig hoor! We worden allemaal gek van jou mooie gekwaak.’ zei Gerrit de Kraai. ’Kan jij niet eens een keertje op het puntje van de kerktoren gaan zitten kwaken? Dat lijkt mij heel leuk, dan treedt je op voor heel de stad. Wie weet word je wel heel beroemd!’ Nadat Gerrit dit gezegd had klonk er een luid gelach op van alle vogels die in de bomen zaten en de andere dieren langs de sloot. Dikkie Bigmans vroeg: ‘Kan je ook op de grote stille heide voor ons kwaken?’ ‘Jazeker!’ riep de kikker. ‘Nou dat is dan goed nieuws want dan zijn we hier van je af!’ grinnikte Dikkie Bigmans. En weer schaterde iedereen het uit.

Het onderwerp van gesprek was Sjakie Groenmans, een grote groene kikker die zich zelf de André Hazes van de sloot noemde. Sjakie was een enorme opschepper en sprak over niemand anders dan over zichzelf. Alle dieren die rond de grote boerensloot bivakkeerden hadden een hekel aan Sjakie want hij hield iedereen altijd wakker met zijn gekwaak, zelfs tot diep in de nacht. Daarbij gedroeg hij zich alsof hij de grootste zanger was van de hele sloot en omstreken.

Kruipie de Mol zuchtte op een zekere dag: ‘Vrienden, ik wordt zo langzamerhand knettergek van die mafkikker en ik wil hem het zwijgen opleggen. Ik doe overdag geen oog dicht!’ ’Ja hoor, hoe wil je dat dan doen?’ vroeg Truus de Hermelijn. Ophangen is bij de dierenwet verboden, dus als jij een andere oplossing weet ik ben een en al oor.’

De volgende dag was er een vergadering waarbij alle dieren uit de omgeving van de sloot aanwezig waren, behalve Sjakie natuurlijk. Dikkie Bigmans opende de vergadering en zei: ‘ Beste dierenvrienden, we zijn hier allemaal bijeen gekomen om te vergaderen over hoe wij die lawaaipapegaai van een brulkikker eens tot zwijgen kunnen brengen. En zoniet, hem minimaal aan zijn kikkerverstand weten te brengen dat hij ook rekening moet houden met de andere dieren die overdag hun slaap hard nodig hebben. Ik denk hierbij aan de vuurvliegen, nachtuilen, mollen, vleermuizen enzovoort omdat zij altijd in de nachtploeg werken. En ik stel voor deze actie: ‘Kikkertje dimmen’ te noemen.’

’Waar gaat dit allemaal over?’ zei Mina Kwartel, die inderdaad zo doof was als een kwartel. ‘Dat kan je zo lezen als het ondertiteling apparaat het weer doet.’ zei Dikkie Bigmans. ’Wat zegt u? vroeg Mina Kwartel. ‘Dat we een ondertitelingapparaat speciaal voor jou gaan kopen.’ ’Wat hoor ik nou? Gaan jullie voor mij speciaal een kietelapparaat kopen? Nou, dat hoeft niet hoor want ik kan helemaal niet tegen kietelen.’ ‘Oh, van dat mens krijg ik af en toe groen haar!’ zei Dikkie Bigmans. ‘We maken even een pauze. Ik moet eerst een kop koffie want anders zet ik vanavond gebraden kwartel op mijn menu!’

Na tien minuten werd de vergadering hervat en zei Dikke Bigmans: ‘Waar waren we ook weer gebleven?’ ’Nou, u zou voor mij een kietelapparaat gaan kopen.’ zei Mina Kwartel. Dikkie Bigmans ontplofte bijna en gilde: ‘Er uit!!! met die miniatuurkip. En geef haar een gratis voetreis naar de maan.’ Mina kwartel zei alleen maar: ‘Nou zeg, u hoeft niet zo te schreeuwen hoor, ik ben niet doof!’
Dikke Bigmans zei alleen: ‘Ik hou me kalm, maar hou er rekening mee dat ik vanavond na kikkerbilletjes in knoflook saus jou op dien in sinaasappelsaus!’

Dat iedereen onder tafel lag van het lachen bij het horen van de woordenwisseling tussen Dikkie en Mina hoeft geen betoog, zo was het altijd bij een dierenvergadering. Plotseling zei Oehoe Boeroe de Uil: ‘Ik heb een idee!’ ’Stilte allemaal!’ riep Dikkie Bigmans. Oehoe Boeroe heeft een idee, allemaal luisteren!’ Toen het doodstil geworden was zei Oehoe Boeroe: ‘Vanaf nu proberen we allemaal zo dicht als mogelijk ongezien in de buurt van die brulkikker te komen en de eerste keer dat hij zijn kwaaktoeter open zet maakt iedereen zo veel lawaai als dat hij kan produceren. Ik denk dat hij dan zo hard schrikt dat hij me stomheid geslagen wordt en hij minimaal een toontje lager zingt.’

En zo gezegd zo gedaan. Die middag lagen alle dieren uit het bos vlak bij Sjakie de kikker in de buurt, die niets vermoedend in de sloot lag met zijn ogen net boven water. ‘Kom, dacht hij ‘’ het wordt weer eens tijd dat ik iedereen van mijn zangkunst laat genieten.’ En hij opende zijn kikkerbek en zei: ‘Kwaa......’ Maar verder kwam hij niet want op dat moment klonk er zoveel lawaai, dat gemaakt werd door alle dieren, dat hij bibberend van schrik onder een grote waterlelie plant wegkroop om daarna alleen nog maar voor hoogst noodzakelijke dingen boven water te komen.

Voor alle dieren was dit een weldaad aan nachtrust en als je nu nog eens een keer door het bos gaat en bij de sloot komt zal je verbaasd zijn over de rust die daar door veel herrie te maken is bereikt.

© Bas van Toor